Encyclopedie   Over   Pantheon   RSS Feed   Thesaurus    Tijdschriften    Wijzigingen   Zoekmachine   
Posts tonen met het label Gebruikt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gebruikt. Alle posts tonen

maandag 3 augustus 2015

Handboek voor Kristallen

HARDING, Jennie
Handboek voor Kristallen
Parragon Books, Bath, UK, 2002;
Nederlandstalige uitgave: 2004
Vertaling: Titia van Schaik
[ISBN 1405428783 (Worldcat, Wikipedia)]

 Kristallen worden al eeuwen vanwege hun helende eigenschappen gebruikt. Ook u kunt nu hun kracht en schoonheid optimaal benutten. Dit boek brengt kristallen in verband met kleurentherapie en laat u zien hoe u ze kunt gebruiken om gezond en levenslustig te blijven.

 Daartoe wordt een eenvoudige sleutel, gebaseerd op het Indische Yoga-systeem aangereikt; kies een kristal uit dat in kleur en toonaard overeenstemt met de kleur van het chakra dat u wenst te stimuleren. Leg gedurende een relaxatie het kristal op de plaats van het lichaam waar zich het chakra situeert of bestrijk deze zone met het kristal. U kan de kristallen ook opstellen in plaatsen waar u gewoonlijk komt zoals de slaapkamer, het kantoor, de badkamer of de woonkamer of als richtpunt gebruiken bij meditaties.

 Kleurenschema en Behandelde Kristallen:

Rood: Robijn - Granaat
Oranje: Barnsteen - Kornalijn
Geel: Citrien - Topaas
Lichtgroen: Peridoot - Jade
Diepgroen: Smaragd - Moldaviet
Turkoois: Turkoois - Aquamarijn
Lichtblauw: Celestiet - Blauwe Maansteen
Donkerblauw: Saffier - Lapis Lazuli
Violet: Amethist - Ioliet
Roze: Rozenkwarts - Kunsiet
Wit: Diamant - Bergkristal
Zwart: Obsidiaan - Zwart Toermalijn
Bruin: Rookkwarts - Tijgeroog
Iriserend: Labradoriet - Opaal
Goudkleurig: Goud - Pyriet
Zilverkleurig: Zilver - Hematiet
Van ieder besproken kristal worden geologie, vindplaats, geschiedenis en helende werking aangegeven. Voor het uitkiezen van een persoonlijke steen wordt een klassieke lijst van geboortestenen gebaseerd op de maand gegeven;
Januari - Granaat
Februari - Amethist
Maart - Aquamarijn
April - Diamant
Mei - Toermalijn
Juni - Maansteen
Juli - Kornalijn
Augustus - Peridoot
September - Lapis Lazuli
Oktober - Opaal
November - Topaas
December - Turkoois
zie ook:

Kristallen Ontcijferd

LILLY, Sue
Kristallen Ontcijferd
raadpleeg de wijsheid van eeuwenoude stenen voor een gezond en evenwichtig leven
Uitgeverij Librero, Kerkdriel, 2003
[ISBN 9057641798 (Worldcat, Wikipedia)]

 Originele titel:
Crystal Decoder
Quarto Publishing, London, 2001

 Dit boek met new-age inslag suggereert een orakeltechniek die naar analogie met het runen werpen er uit bestaat een set van 13 à 14 kristallen van edel- en half-edelstenen uit te werpen op een FengShui Kompasbord met acht huizen of een Westers Astrologiebord met twaalf huizen. In een aantal inleidende hoofdstukken over de aard en het esoterisch karakter van kristallen worden ook de zodiacale edelstenen aangegeven die bij ieder sterrenbeeld behoren om als hulpmiddel te dienen bij het kiezen van een persoonlijke edelsteen.

 Voor het samenstellen van de werpset kan gekozen worden uit een catalogus van 45 kristallen die in het boek worden besproken, telkens met aanduiding van mineralogische bijzonderheden, de mythe en geschiedenis, de spirituele en geneeskrachtige eigenschappen en de magische uitleg van het besproken kristal. Verder een summiere duiding voor ieder der huizen van het werpbord waarin het kristal kan vallen.
  1. Obsidiaan
  2. Zwarte Toermalijn
  3. Rookkwarts
  4. Rutielkwarts
  5. Topaas
  6. Bloedsteen (Heliotroop)
  7. Smaragd
  8. Jade
  9. Malachiet
  10. Moldaviet
  11. Mosagaat
  12. Aventurien
  13. Kornalijn
  14. Koper
  15. Granaat
  16. Rode Jaspis
  17. Robijn
  18. Tijgeroog
  19. Hematiet
  20. Pyriet
  21. Amber
  22. Citrien
  23. Blauw Bandagaat
  24. Azuriet
  25. Lapis Lazuli
  26. Sodaliet
  27. Silex (vuursteen)
  28. Amazoniet
  29. Aquamarijn
  30. Celestiet
  31. Turkoois
  32. Saffier
  33. Bergkristal
  34. Seleniet (gips)
  35. Labradoriet
  36. Rhodoniet
  37. Rozenkwarts
  38. Rubelliet in Lepidoliet
  39. Fluoriet
  40. Sugiliet (ontdekt:1944, beschreven:1976)
  41. Amethyst
  42. Melkkwarts
  43. Maansteen
  44. Parel/Zeeoor
  45. Pauwenerts (Borniet en Chalcopyriet)
Hoewel de achterliggende idee wel aardig is, mankeert het toch in de uitwerking ervan. In het New-Age syncretisme worden allerhande doctrines en paradigma's van uiteenlopende herkomst en oorsprong op een hoop gegooid zoals in dit werk Chinese Feng-Shui, Westerse Astrologie, de Chakra's uit het Indische Yoga-systeem en het gegeven van magische en helende krachten van kristallen. Een en ander leidt dan ook tot verwarring en ijl, oppervlakkig gezwets.

 zie ook:

Sieraden Maken

COLES, Madeline
Sieraden Maken
Techniek & Projecten'
Forte Uitgevers, Utrecht, 2002
[ISBN 9058771334 (Worldcat, Wikipedia)]

Originele titel:
Jewelry. Two Books in One
Quarto Publishing, 1999

 Handwerkboek in ringband dat dwars in twee is gesneden. Op de bovenste bladzijden beschrijvingen van projecten als ringen, halssieraden, oorbellen, broches en armbanden. Op de onderste bladzijden beschrijvingen van allerhande technieken uit de edelsmeedkunst waarbij zilverdraad en -plaat worden verwerkt; filigraantechnieken, schakels en sluitingen, solderen, het gieten van een ring met de verloren was methode, het zetten van stenen edm.

vrijdag 12 juni 2015

The Wiki Way

LEUF, Bo; CUNNINGHAM, Ward
The Wiki Way
Quick Collaboration on the Web
Addison-Wesley, Boston, 2001
[ISBN 020171499X] [WorldCat] [Amazon]

 Enkele Wikiscripts:
zie ook:

maandag 25 mei 2015

Europese schaal ter bepaling van de graad van lichamelijke en geestelijke invaliditeit

LUCAS, Pierre
Europese schaal ter bepaling van de graad van lichamelijke en geestelijke invaliditeit
Anthemis, Limal; Intersentia, Mortsel, 2011
[ISBN 2874552968 (Worldcat, Wikipedia)]

 zie ook:

maandag 11 mei 2015

Handboek Sociaal Recht

COPPENS, Mario
Handboek Sociaal Recht
Story Publishers (Uitgeverij Story-Scientia), Gent, 2014
Ingebonden Volume: 1.220 blz.
[ISBN 9087641141 (Worldcat, Wikipedia)]

Het sociaal recht heeft de laatste decennia een enorme vlucht genomen. Niet alleen de wetgever maar ook de arbeids­hoven en arbeidsrechtbanken hebben met hun rechtspraak het sociaal recht grondig veranderd. Dit handboek verwerkt naast de regelgevingen en de CAO’s ook de rechtspraak. Het handboek bundelt twintig jaar ervaring in het sociaal recht van een praktijkjurist. Een handboek beoogt exhaustief te zijn, maar er werd over gewaakt om vooral knelpunten in de praktijk meer diepgaand en gedetailleerder te behandelen. Door talrijke voorbeelden te gebruiken, verschaft de auteur de lezer een bevattelijke inzicht in de sociale wetgeving.

 In deze nieuwe editie 2014 van het Handboek Sociaal Recht is de belangrijkste nieuwigheid de verwerking van de aanpassingen ingevolge de wet tot invoering van het eenheidsstatuut waardoor de ontslagregels voor arbeiders en bedienden op fundamentele wijze hervormd werden. De verplichte motivering van het ontslag en het veralgemeend recht op outplacement werden eveneens opgenomen in deze bijdrage. Tal van andere regelgevingen werden uitvoeriger behandeld hetgeen verklaart waarom deze uitgave meer dan 300 pagina’s extra leesplezier bevat ten aanzien van de vorige editie. Bij het opstellen van de editie 2014 van het Handboek Sociaal Recht werd rekening gehouden met het wettelijk kader en het cijfermateriaal zoals van toepassing op 1 maart 2014.

 OVER DE AUTEUR
Mario Coppens (ACLVB – Directeur HRM, voorheen diensthoofd van de juridische dienst) volgt al ruim 20 jaar dagelijks de praktijk van het sociaal recht. Als geen ander weet hij de complexe reglementering en de snelle wijzigingen in praktisch bruikbare en begrijpbare teksten weer te geven.

 INHOUD
  • Deel 1 Individueel arbeidsrecht
  • Deel 2 Collectief arbeidsrecht
  • Deel 3 Arbeidsreglementering
  • Deel 4 Sociale zekerheid

woensdag 10 juli 2013

De Seriemoordenaars

WILSON, Colin; SEAMAN, Donald
De Seriemoordenaars
Een onderzoek naar de psychologie van de criminele geest
Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1993
[ISBN 9038900775 (Worldcat, Wikipedia)]

Originele titel:
The Serial Killers
Colin Wilson and Donald Seaman, 1990-1992
Nederlandse vertaling: Frans Vermeulen

Onder aanhaling van talrijke klassieke en beruchte gevallen van seriemoordenaars gaan de auteurs in dit werk op zoek naar de psychologie van de criminele geest. Daartoe nemen ze o.a. kennis van de werkzaamheden van de Behavioural Science Unit aan de FBI Academie te Quantico. Tevens komen amerikaanse instituten en onderzoeksprogramma's aan bod zoals het NCAVC of National Center for the Analysis of Violent Crime; het VICAP of Violent Criminal Apprehension Programme en het expertsysteem Profiler als computersoftware.

Het boek beschrijft de methodes en prodecures gebruikt bij de psychologische profilering van daders aan de hand van het werk en de inzichten van dr. James A. Brussel, die betrokken was bij het oplossen van de misdaaddossiers rond de Mad Bomber te New York en de zgn. Boston Strangler. Het verklaringsmodel voor de criminele geest dat naar voren wordt geschoven ontleent elementen aan de behoeftenpyramide volgens Maslow en het statistische gegeven dat 5% van een populatie als dominant is te benoemen volgens de studies van Niko Tinbergen en Konrad Lorenz.

 Verdere informatie op internet:
zie ook:

donderdag 10 januari 2013

Het Loonse Landrecht

COUN, Theo
Het Loonse Landrecht
Inleiding, tekstuitgave, vertaling en aantekeningen
in: Limburg-Het Oude Land van Loon, Jg. 90 van 2011, nr. 2-3
In dit dubbelnummer van het kwartaaltijdschrift van de Federatie van Geschied- en Oudheidkundige Kringen van Limburg verscheen deze wetenschappelijk verantwoorde editie van het Loonse landrecht. Hoewel reeds in 1871 een academische editie van dit landrecht werd uitgegeven, is deze publicatie zo minutieus voorbereid en historisch-taalkundig ingeleid dat de oudere editie als achterhaald kan worden beschouwd.

Inhoud:
  1. Inleiding
  2. De bronnen voor het Loonse gewoonte- of landrecht
  3. Officiele wetboeken voor de Loonse rechterlijke instellingen
  4. Onderzoek naar het Loonse landrecht
  5. Tekstuitgave
Na inleidende beschouwingen over de strekking van het Loonse Landrecht als gewoonterecht geeft het tweede hoofdstuk een overzicht van de verschillende edities van gekende handschriften met het Loonse landrecht in de volkstaal en waarvan het leeuwendeel zich bevindt in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, de Bibliotheca Juridica van het Rijksarchief te Hasselt en het Regionaal Historisch Centrum te Maastricht en bevat het daarvan facsimili reproducties van bladzijden uit verschillende aangehaalde edities. Daarnaast bevat het een overzicht van verschillende gekende edities sinds de zestiende eeuw waarin gepoogd werd het Loonse landrecht te redigeren en codificeren in de latijnse taal.
In het derde deel wordt een opsomming gedaan van de officiele wetboeken voor de Loonse rechterlijke instellingen zoals deze werden afgekondigd door de Prins-Bisschoppen van Luik
Het vierde deel besteed vooral aandacht aan twee gedrukte edities van het Loonse Landrecht. In de eerste plaats de uitgave in 1717 door de rechtsgeleerde Laurentius Robyns van het historisch werk van Joannes Mantelius (1599-1676): "Historiae Lossensis libri decem" een geschiedschrijving over het land van Loon, die door Robyns werd voltooid en aangevuld. Daarnaast voegde Robyns aan het werk van Mantelius twee delen toe onder de titels "Diplomata Lossensia"; een dertigtal oorkonden van publiekrechtelijke aard en "Statuta Lossensia"; een verzameling van wetten. Het tweede hoofdstuk van dat derde deel bevat het Loonse landrecht in de dietsche en fransche volkstaal.
De tweede gedrukte editie is de uitgave in 1871 van het Loonse landrecht in de editie van Crahay, die door de commissie, die op last van de Belgische overheid belast werd met de uitgave van de oude wetten van het land, de uitgave van het oude Loonse landrecht moest voorbereiden. Veel aandacht gaat naar de werkzaamheden van de "Commission Royale pour la publication des anciennes lois" en waarbij de verschillende verzamelingen, handschriften en edities met elkaar worden vergeleken en dient te worden uitgemaakt welke teksten dienen te worden weerhouden voor publicatie. Tot slot van dit vierde deel wordt aandacht besteed aan de opvattingen van de Hasseltse advocaat Antoine Bellefroid, die voorhield dat een deel van de compilatie een oudere kern bevat van het Loonse gewoonterecht die ouder is dan de inlijving van het graafschap Loon bij het prinsbisdom Luik in 1366 en dat deze oudere kern nadien werd aangevuld en verbeterd.
Deel vijf bevat de tekstuitgave van het Loonse landrecht opgevat als een parallel editie van drie verschillende gekende edities, waarvan de tekst telkens naast elkaar is gezet en voorzien van enige commentaar; het betreft de volgende handschriften;
  • handschrift te Hasselt, Rijksarchief, Bibliotheca Juridica nr. 43 uit 1548
  • handschrift te Hasselt, Rijksarchief, Bibliotheca Juridica nr. 26b van ca. 1550
  • handschrift te Brussel, Algemeen Rijksarchief, Handschriften en oude drukken toebehorende aan de Koninklijke Commissie voor de uitgave der oude wetten en verordeningen van Belgie K 232, tweede helft 17de eeuw

Gedigitaliseerde uitgaven in facsimili of tekstuitgave van de "Historiae Lossensis libri decem" van Robyns zijn te vinden op volgende websites:

Bonifatius

ROMAIN, Willy-Paul
Bonifatius
Grondlegger van Europa
Uitgeverij Tirion, Baarn, 1991
[ISBN 9051212682 (Worldcat, Wikipedia)]

Originele titel:
Saint Boniface et la naissance de l'Europe
Editions Laffont, Paris, 1990
Nederlandse vertaling: Rifke Porcelein
Bonifatius is vooral gekend als de Apostel van de Germanen en voor de rol die hij speelde bij de Kerstening van de Germanen, Friesen en Saksen. Volgens de overlevering hakte Bonifatius te Hessen nabij Fritzlar in 723 de heilige [Donareik] om. Toen er geen wraak volgde van de vereerde goden, namen veel van de Germanen het christelijk geloof aan. Het omhakken van de eik wordt door velen beschouwd als het begin van de kerstening onder de Noord- en Middelduitse Germanen.
Op 5 juni 754 stierf Bonifatius de martelaarsdood te Dokkum in Friesland; terwijl hij met een gevolg op bekeringszending was, werd hij het slachtoffer van een bende roofmoordenaars.

zaterdag 24 november 2012

De Druïden

ISTIN, Jean-Luc; JIGOUREL, Thierry; LAMONTAGNE, Jacques
De Druïden
 
In de vijfde eeuw na Christus staat de wereld op een keerpunt. De Keltische cultus van de druïden gaat langzaam ten onder, terwijl het christendom aan aanhang wint. Druïden en monniken voeren een oorlog in de schaduw. Druïden bekeren zich tot broeder, worden vermoord of verdwijnen naar andere oorden.

 In een paar nabijgelegen abdijen wordt de ene na de andere broeder teruggevonden, onthoofd en met een houten staak in de borstkas geramd. Het is geen prettig zicht. Op de staak komen Ogams voor, heilige druïdentekens. Vanzelfsprekend gaan de beschuldigingen naar de druïden. Maar is dit wel zo of is het opgezet spel en speelt er een duistere intrige?

 Bespreking van stripreeks "[De Druiden]" op [Strips uit Heden en Verleden]
zie ook de [Kelten-pagina van Anarchronicon]

woensdag 21 november 2012

De Bello Gallico

CAESAR, Julius Gaius
De Bello Gallico
De Bello Gallico ("Over de Gallische Oorlog") zijn de verslagen die door Julius Caesar geschreven werden over zijn verovering van Gallië, de Gallische Oorlog.Deze gebeurtenissen grepen plaats van 58 v.Chr. tot 50 v.Chr.

 Het leeuwendeel van de tekst bestaat uit verslagen van veldtochten en belegeringen met beschrijving van de gebruikte strategie en taktieken, alsook van de gevoerde onderhandelingen en gesloten verdragen, zodat het boek in de eerste plaats welbesteed is aan een militair in opleiding.

 Doorheen deze militaire verslaggeving geeft Julius Caesar ook waarnemingen over de zeden en gewoonten bij de Galliers. Vooral het zesde boek of verslag bevat een uitvoerige etnografie met de beschrijving van de maaatschappelijke organisatie en gebruiken bij de Galliers en de Germanen. Het vijfde deel bevat een excurs over de bevolking van Britannia.

 Hierna volgen fragmenten en aanhalingen uit twee nederlandse vertalingen, dewelke bijeen werden verzameld om een idee te krijgen van de juridische ordening en gebruiken bij de Kelten en Germanen, alsook van de zgn. Oude Belgen.

 Notities uit twee nederlandstalige edities:

 CAESAR, Julius Gaius
De Gallische Oorlog
De Haan Klassieken
Unieboek bv, Houten, 1987
[ISBN 9026942508 (Worldcat, Wikipedia)]

 Vertaling van:
Commentarii de Bello Gallico
uit het latijn vertaald door:
F.H. van Katwijk-Knapp
De stamhoofden vroegen aan Caesar toestemming om een Gallische Landdag bij een te roepen om in het geheim de voorwaarden van een bestand te bespreken.

Het uitleveren of uitwisselen van gijzelaars om de nakoming van een vredesverdrag zeker te stellen. (vgl. ook Edda: Asen, Wanen -> Freyr, Freya en Nerthus.)

Runen: Caesar vroeg aan krijgsgevangenen, waarom Ariovistus nog maar steeds niet aan een beslissende slag begon en kreeg te horen dat de oorzaak daarvan lag in een Germaanse gewoonte, waarbij de vrouwen, door runen te raadplegen en voorspellingen te doen, moesten uitmaken of het al dan niet een gunstig ogenblik was om slag te leveren. En nu hadden zij gezegd dat de Germanen volgens de beschikking der goden onmogelijk konden winnen, als ze voor nieuwe maan de strijd begonnen. I 49.3 

Alle Belgen, die een derde deel van Groot-Gallie bewonen, zwoeren samen tegen het Romeinse volk en wisselden gijzelaars uit (Belgische Landdag).

BELGEN:
de Remen; een Belgische stam wier land onmiddelijk grenst aan Gallie (deze stam zweerde niet samen tegen de Romeinen)
de Suessonen; een nauwverwant broedervolk van de Remen, voor wie hetzelfde recht en dezelfde wetten gelden en die in oorlog samen één veldheer hebben en in vrede één regering
de meeste Belgen waren van Germaanse afkomst. Ze waren oudtijds over de Rijn gekomen, aangelokt door de vruchtbaarheid van de bodem.
De Remen waren van bloedverwanten en anderen aan wie ze geparenteerd waren op de hoogte van de Getalsterkte der Belgen, zoals elke stam op de Belgische Landdag voor deze oorlog beloofd had; de Bellovaken 100.000, de Suessonen (12 steden) 50.000, de Nerviers 50.000, de Atrebaten 15.000, de Ambianen 10.000, de Morinen 25.000, de Menapiers 7.000, de Caleten 10.000, evenzoveel de Velocassen en de Viromanduers, de Atwatuken 19.000, [de Condrusen, Eburonen, Caerosen en Paemanen'' = Germanen aan de linkeroever van de Rijn 40.000] II 3.3

GAIUS, Julius Caesar,
De Bello Gallico (Oorlog in Gallie),
Nederlandse vertaling; Hunink Vincent
Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1997
[ISBN 9025306314 (Worldcat, Wikipedia)];
Editie 2003, [ISBN 9025306667 (Worldcat, Wikipedia)]

 Boek VI - De Gallische en Germaanse Cultuur
 
 Nu we op dit punt aangekomen zijn, lijkt het niet misplaatst wat meer te vertellen over de cultuur van de Galliers en de Germanen, en over de onderlinge verschillen tussen deze volken. In Gallie zijn er niet alleen binnen alle stammen en alle kantons en districten, maar ook bijna binnen iedere familie rivaliserende groepen. Degenen die bij hen gelden als de mensen met het meeste gezag zijn de leiders van die groepen. Zij zijn het die uiteindelijk beslissen en oordelen over alles wat er gedaan en geregeld moet worden. De reden dat dit van oudsher zo is ingericht, lijkt te zijn dat hierdoor niemand uit het volk hulpeloos staat tegenover een machtigen man. Want geen leider kan toelaten dat zijn mensen het slachtoffer worden van geweld of intriges: deed hij dat wel dan zou hij alle gezag bij zijn mensen verliezen [...]

 Overal in Gallie zijn er maar twee groepen mensen die echt meetellen en functies vervullen. Die twee groepen zijn de Druiden en de Ridders. (Het volk geldt er nl. bijna als slaven: het durft niets uit zichzelf te doen en wordt bij geen enkele besluitvorming betrokken. de meeste mensen gaan gebukt onder schulden, zware belastingen of onrecht van de machtigen, en melden zich daarom bij de edele als knechten aan. Die oefenen over hen dan dezelfde rechten uit als meesters over slaven.)

 De Druiden hebben de leiding over de godsdienst, dragen zorg voor openbare en privé-offers en geven uitleg in religieuze zaken. Een groot aantal jongeren loopt bij hen te hoop om van hen te leren en de druiden staan bij hen hogelijk in ere. Bij vrijwel alle openbare en privé-geschillen zijn zij het namelijk die het oordeel uitspreken. Als er een misdrijf begaan is of een moord gepleegd, als er een geschil is over een erfenis of een landgrens, zij nemen het besluit, zij bepalen de schadevergoeding en strafmaat. Als een privé-persoon of een stam zich niet houdt aan hun besluit, sluiten zij die uit van de offerplechtigheden, de zwaarste straf bij de Galliers. Wie aldus is uitgesloten, geldt als goddeloos en misdadig: iedereen gaat zulke mensen uit de weg en vermijdt een ontmoeting of gesprek, uit angst dat het contact enig nadeel oplevert; als ze om recht vragen, krijgen ze dat niet en er wordt hun geen enkele eer betoond.

 Over al de Druiden heeft er één de leiding, degene die bij hen het grootste gezag heeft. Als na zijn dood een van de anderen meer aanzien geniet dan de rest, volgt die hem op; zijn er meerdere gelijkwaardig, dan wordt er om de leidende positie gestreden door stemming onder de Druiden en soms zelfs door middel van wapens.

 Op een bepaalde tijd van het jaar houden de Druiden een zitting op een gewijde plaats in het gebied van de Carnutes, de streek die wordt beschouwd als het midden van heel Gallie. Iedereen die geschillen heeft komt daar dan samen, en de besluiten en oordelen van de Druiden zijn bindend. Hun leer stamt, neemt men aan, uit Britannie en is van daaruit naar Gallie overgebracht. Wie die materie heel precies wil leren kennen, gaat ook nu nog meestal daarheen om te leren. De Druiden houden zich normaal gesproken buiten de oorlog en hoeven geen belastingen te betalen zoals de anderen. Ze zijn vrijgesteld van militaire dienst en van alle lasten. Die grote privileges zijn voor veel mensen aantrekkelijk, en men stroomt dan ook spontaan toe om bij hen in de leer te gaan of wordt door ouders of naaste familie gestuurd. Er wordt verteld dat ze daar een groot aantal verzen van buiten leren. Sommigen blijven zo wel twintig jaar in de leer. Het is volgens de druiden ongeoorloofd die verzen op schrift te stellen, heowel men voor bijna alle andere dingen zoals openbare en privé-boekhoudingen, het Griekse alfabet gebruikt. Dit lijkt me om twee redenen zo bepaald: ze willen niet dat hun leer bij het volk bekend wordt en ook niet dat hun leerlingen hun geheugen minder trainen door te vertrouwen op geschreven teksten. (Het overkomt haast iedereen die de hulp van het schrift gebruikt: de vaardigheid om van buiten te leren en het geheugen gaan achteruit).

 Vooral één ding willen ze onderwijzen: dat de ziel niet vergaat, maar na de dood overgaat van de een na de ander. Dat beschouwen ze ook als een belangrijke prikkel tot dapperheid in de strijd, omdat doodsangst dan geen rol speelt. Daarnaast houden ze uitéénzettingen over de sterren en hun baan, over de grootte van het heelal en van de aarde, over de natuur en over de macht en invloed van de onsterfelijke goden. Deze dingen dragen ze over op de jeugd.

 De tweede groep is die van de Ridders. Wanneer ze nodig zijn omdat er een oorlog is uitgebroken (dat gebeurde van Caesars komst zo ongeveer ieder jaar: men deed zelf vijandelijke invallen of moest ze van anderen afslaan) doen ze allemaal mee. Naarmate iemand hoger van afkomst of bemiddelder is, heeft hij meer horigen en vazallen om zich heen. Dat is de enige soort invloed en macht die ze kennen.

 Als geheel genomen is het Gallische volk in de ban van godsdienst. Dit verklaart waarom degenen die er aan een ernstige ziekte lijden of strijd en gevaar tegemoet gaan, mensenoffers brengen of beloven te zullen brengen en bij die rituelen de hulp van de druiden inroepen. Ze denken nl. dat de onsterfelijke goden niet verzoend kunnen worden tenzij er een mensenleven wordt gegeven voor een ander mensenleven. Ze kennen ook soortgelijke openbare offerrituelen. Sommigen stammen hebben enorme grote poppen, met ledematen gemaakt van rijshout. Daar zetten ze mensen levend in, waarna de poppen in brand steken: de mensen komen dan om in de vlammen. Terechtstellingen van betrapte dieven, rovers of andere misdadigers zijn volgens hen de goden het meest welgevallig: maar als er daarvan geen meer voorradig zijn, gaan ze zelfs over tot het terechtstellen van onschuldigen.

Menschenoffers in Gallie
Bron Afbeelding: Keltische Mythen en Legenden

 Van de goden vereren ze vooral "Mercurius". Van hem hebben ze de meeste beelden; ze zien hem als de uitvinder van alle kunsten, als de wegwijzer en begeleider van reizigers, en geloven dat hij de meeste macht heeft als het gaat om winst en handel. Na hem komen Apollo, Mars, Jupiter en Minerva. Over hen denken ze ongeveer hetzelfde als andere volkeren: dat Apollo ziekten verdrijft, Minerva de beginselen van ambachten en handwerk overdraagt, Jupiter de macht in de hemel bezit en Mars de oorlog beheerst. Wanneer ze besluiten tot een beslissende slag, zeggen ze aan deze god meestal de oorlogsbuit toe; als ze dan gewonnen hebben, offeren ze de veroverde dieren en brengen ze de voorwerpen op èèn plek samen. Bij veel stammen zijn er hopen van dit soort spullen te zien op gewijde plaatsen. Het gebeurt niet vaak dat iemand zich niets aantrekt van de godsdienst en het waagt om zijn buit achter te houden of iets weg te nemen van wat er is neergelegd. Hierop staat een gruwelijke vorm van marteldood.

 De Galliers noemen zich allemaal nakomelingen van "Dis Pater" en zeggen dat dit door hun druiden zo is overgeleverd. Om die reden meten ze de tijd niet naar het aantal dagen, maar naar het aantal nachten. Voor verjaardagen en het begin van de maand of het jaar houden ze het volgende aan: eerst komt de nacht en dan de dag. Verder verschillen ze in hun leefgewoonten vooral in één ding van anderen: ze staan hun kinderen niet toe om buitenshuis in hun buurt te komen, voordat ze oud genoeg zijn voor militaire taken. Als een nog jonge zoon ergens in het openbaar gaat staan in het zicht van zijn vader, wordt dat beschouwd als een schande.

 Bij zijn huwelijk krijgt de man een vermogen van zijn echtgenote in de vorm van een bruidschat; uit eigen bezit legt hij bij die bruidsschat een vermogen dat even hoog getaxeerd wordt. Dat hele kapitaal wordt gezamenlijk beheerd en de renteopbrengst opzij gezet. Wie van de twee het langst leeft, die krijgt het deel van beiden, met de renteopbrengst van de voorafgaande periode. De man heeft ten aanzien van zijn echtgenote, evenals van zijn kinderen, macht over leven en dood. Wanneer een familiehoofd van hoge komaf is overleden, komen zijn verwanten bij elkaar. Als zijn dood enige verdenking wekt, ondervragen ze de vrouwen zoals men met slaven doet (d.i. met foltering). Is hun boze opzet bewezen, dan worden ze gemarteld met vuur en alle denkbare foltermiddelen, en ter dood gebracht.

 Gallische begrafenissen zijn naar lokale maatstaven vol pracht en praal. Alles waar de overledene volgens hen bij leven aan gehecht was wordt aan de vlammen prijs gegeven, zelfs dieren. Nog maar kort geleden was het gebruikelijk dat aan het eind van de normale begrafenisplechtigheid tegelijk met de overledene ook zijn favoriete slaven en vazallen gecremeerd werden.

 Bij de stammen die gelden als de beter georganiseerde is het bij wet vastgelegd dat als iemand iets van staatsbelang te horen krijgt via een buurstam, door geruchten of verhalen, hij dit moet melden bij de magistraat en er met niemand over mag praten. Men weet er nl. uit ervaring dat impulsieve en onwetende mensen door valse geruchten vaak in paniek raken, misstappen maken en over de allerbelangrijkste zaken zomaar beslissingen nemen. De Magistraten houden dan ook naar goeddunken informatie achter en maken aan de massa alleen bekend wat naar hun oordeel relevant is. Staatszaken mogen uitsluitend besproken worden tijdens de landdag.

 De gewoonten van de Germanen zijn heel anders. Ze kennen nl. geen druiden die de leiding hebben over de godsdienst, en ze doen weinig aan offers. Tot de goden rekenen ze alleen degenen die ze kunnen waarnemen en van wie ze de gunstige werking ook openlijk ervaren: Zon, Vulcanus en Maan. De rest kennen ze zelfs niet van horen zeggen.

 Hun leven bestaat geheel uit jagen en trainen voor de oorlog; van jongsaf doen ze veel aan fysieke inspanning en harden ze zich. Wie het langst zijn maagdelijke staat bewaart krijgt de hoogste lof. Dit versterkt nl. volgens sommigen het postuur, volgens anderen de kracht en de spieren. In elk geval geldt het als bijzonder schandelijk om voor je twintigste sexuele omgang te hebben gehad met een vrouw. Toch wordt er op dit punt niet geheimzinnig gedaan: er wordt in de rivieren gemengd gebaad en als kleren dragen ze huiden of kleine pelzen die het lichaam grotendeels onbedekt laten.

 Aan landbouw doen ze maar weinig; ze leven voornamelijk op melk, kaas en vlees. Niemand bezit er vast bouwland of eigen terrein: de magistraten en leiders delen ieder jaar aan de geslachten en clans van mensen die samenleven land toe, zoveel en waar het hun goeddunkt, en dwingen hen het jaar daarop naar een andere plek te gaan. Hiervoor geven de Germanen heel wat argumenten: zo wordt voorkomen dat ze teveel vastroesten en in plaats van oorlog voeren voorrang geven aan de landbouw. Verder heeft het geen zin om moeite te doen veel grond te verwerven en gaan machtigen niet de zwakkeren van hun bezit verdrijven. Ook wordt voorkomen dat men al te goed gaat bouwen tegen kou en hitte, of dat er liefde voor geld opkomt, iets waaruit altijd twist en onenigheid ontstaan. Tenslotte kan men op deze manier het volk tevreden houden, doordat iedereen ziet dat hij evenveel heeft als de machtigsten.

 De grootste lof voor een stam is het om zo'n breed mogelijke strook verwoest en verlaten land om zich heen te hebben. Ze beschouwen het nl. als een teken van militaire overwicht wanneer de buurstammen van hun land verdreven worden en uitwijken, en niemand in hun buurt durft te komen. Bovendien menen ze dat ze dan veiliger zijn, doordat de angst voor een plotselinge inval weg is.

 Wanneer een stam een oorlog moet afweren of er zelf een begint, kiest men magistraten die de leiding in die oorlog krijgen met de macht over leven en dood. In vredestijd hebben ze geen gemeenschappelijke magistraten, maar zijn het de leiders van streken en kantons die over hun mensen rechtspreken en geschillen bijleggen. Roof geldt er volstrekt niet als iets onterends, voorzover het buiten het eigen gebied van de stam gebeurt. Het heet dan dat het dient "om de jongeren te trainen" en "luiheid te bestrijden". Zodra een van de leiders in de landdag verklaart dat hij een expeditie gaat leiden en dat wie mee wil zich kan aanmelden, staat iedereen op die de zaak en de mens zelf steunt, en belooft onder algemene toejuiching zijn hulp. Wie van hen dan niet meegaat wordt gezien als deserteur en verrader, en verliest daarmee het vertrouwen op elk vlak.

 Een gast geweld aandoen vinden ze ontoelaatbaar. Wie om welke reden dan ook bij hen komt krijgt van hem volledige bescherming en wordt gezien als onschendbaar. Ieder huis staat voor hen open en ze mogen overal deelnemen aan de maaltijd [...]

 De vruchtbaarste streek van Germanie is rond het Hercynische woud dat reeds gekend was bij Eratosthenes en enkele andere Grieken, lees ik... Het bovengenoemde woud strekt zich uit over een afstand die men in negen dagmarsen met lichte bepakking aflegt. Het Hercynische woud begint in het gebied van de Helvetiers, Nemetes en Rauraci, en volgt dan de loop van de Donau tot aan het gebied van de Doci en Anartes. (allicht is hier het zgn. Zwarte Woud bedoeld.)...Het is wel bekend dat er veel soorten wilde dieren voorkomen die elders nooit zijn waargenomen. De volgende soorten wijken het meest af van de rest en lijken vermeldenswaard: het Rendier, de Eland en de Oeros. ... Een derde soort wordt "oerossen" genoemd. Ze zijn iets kleiner dan de olifant en hebben de aanblik, de kleur en de gestalte van een stier. Ze zijn sterk en snel, en mensen of dieren die ze zien blijven niet gespaard. Men doet veel moeite om ze in kuilen te vangen en dood ze dan. Dat is de inspanning waardoor jongeren zich harden, en door die vorm van jacht trainen ze zich. Wie de meeste oerossen doodt en de hoorns ervan mee terugbrengt als bewijs, oogst veel lof. Zijn hoorns zijn in omvang, vorm en uiterlijk heel anders dan de hoorns van onze runderen. Men doet er veel moeite voor die te krijgen en beslaat ze rondom de randen met zilver; bij grote banketten dienen ze dan als drinkbekers.

 Boek V - Excurs: Britse geografie en etnografie

 Het binnenland van Britannie wordt bewoond door mensen die naar eigen zeggen volgens de traditie afkomstig zijn van eiland zelf, de kuststreek door mensen die ooit uit Belgie overgekomen zijn om buit te maken en oorlog te voeren. Bijna allemaal dragen ze nog de naam van de stammen waaruit ze voortgekomen zijn. Na die oorlog zijn ze daar gebleven en landbouw gaan bedrijven.

 Ze vormen een onafzienbare massa mensen; hun hoeven, die er bijna hetzelfde uitzien als de Gallische, zijn bijzonder talrijk en ze hebben veel vee. Als betaalmiddel gebruiken ze kopergeld, gouden munten of zilveren staafjes van een bepaald afgemeten gewicht. Er wordt tin gevonden in het binnenland en ijzer in de kuststreek, maar slechts in kleine hoeveelheden; koper wordt geimporteerd. Hout is er in alle soorten, zoals in Gallie, behalve beuken en dennen. Haas, kip en gans zijn bij hen verboden voedsel, maar ze houden die dieren wel voor hun plezier. Het klimaat is in deze streken gematigder dan in Gallie, doordat de kou er minder streng is. ...

 Geografische beschrijving eilanden
Van al die inwoners zijn die van Kent verreweg de beschaafdste. Die streek ligt in zijn geheel aan zee en de gewoonten zijn er niet veel anders dan in Gallie. In het binnenland zaaien de meesten geen graan, maar leven ze van melk en vlees en gaan ze gekleed in huiden. Maar wat alle Britanniers gemeen hebben, is dat ze zich verven met wede. Die geeft een donkerblauwe kleur, waardoor ze er in de strijd des te griezeliger uitzien. Ze dragen lang haar en scheren zich over heel het lichaam behalve hoofd en bovenlip. Per tien of twaalf man hebben ze gemeenschappelijke vrouwen, vooral broers met broers of vaders met zoons. Als daaruit nakomelingen geboren worden, worden die beschouwd als kinderen van de man die de bewuste vrouw het eerst gehuwd heeft.


 De tekst is ook beschikbaar in het engels en latijn als ebook op [Project Gutenberg]:
Een latijnse versie met de nederlandse vertaling van Doesburg is te vinden op de website [Kox Kollum en Klassieken];
Een nederlandse vertaling is nog aanwezig op:

maandag 5 november 2012

De Keltische Mythologie


ROLLESTON, T.W.; COTTEREL, Arthur
De Keltische Mythologie
Rebo Productions, Lisse, 1995
[ISBN 9036609887 (Worldcat, Wikipedia)]

Oorspronkelijke titel:
The Illustrated Guide to Celtic Mythology,
Studio Ed., London, 1993

Notities
Het begrip Geiss of Geissi (vgl. totem, tabu, fetish)
In de Irish Dictionary van Dineen wordt het begrip gedefinieerd als "een verplichting, bezwering of taboe, een magisch gebod of verbod dat bij overtreding zou leiden tot tegenspoed of zelfs de dood".

Vb. p. 49: Het verbod om vogels te jagen omdat de oorsprong van zijn familie des geboorte (Conary) mythisch verklaard wordt uit de gemeenschap van de oppergod in de gedaante van een zwaan met een stervelinge. (vgl. Grieken)

Vb. p. 59: Voor zijn vertrek uit het land der Schaduwen gaf Cuchulain Aifa een gouden ring. Als ze van hem een zoon zou krijgen, moest hij zijn vader in Erin komen opzoeken zodra de ring om zijn vinger zou passen. Ook zei Cuchulain: "Vertel hem dat het geiss voor hem is om zich nooit bekend te maken, nooit voor iemand opzij te gaan en nooit een gevecht te weigeren."

Vb. p. 60: Cuchulain trok naar de zonen van Nechtan van wie werd gezegd dat ze meer mannen van Ulster hebben gedood dan er thans nog leven. Op het grasveld voor hun fort stond een stenen zuil met een opschrift dat het geiss was voor eenieder die wapens mocht dragen, om te vertrekken zonder een van de fortbewoners tot een tweegevecht te hebben uitgedaagd.

Vb. p. 64: Baruch nodigde Fergus uit voor een feestmaal. Fergus weigert aanvankelijk omdat hij Deirdre en Usna's zonen veilig moet begeleiden naar Emain Macha. "Maar je moet vanavond hier blijven" had Baruch gezegd "want het is geiss om een maaltijd te weigeren" Fergus durfde zijn geiss niet schenden.

Vb. p. 67: Fergus plantte een vierkantige vork waarop de hoofden van Maev's verkenners gespietst waren in een voorde bij de plek Athgowla en verklaarde aan Maev's krijgers die er aankwamen dat een geiss op hen rustte dat ze de voorde pas mochten oversteken als een van hen de stok eruit had getrokken zoals hij erin was gedreven, met de vingertoppen van één hand.

Vb. p. 86: Grania schonk het gezelschap een slaapdrankje, behalve aan de aanvoerders van de Fianna. Toen het drankje zijn werk had gedaan, zei ze: "Ik leg je de geiss op, o' Dermot, om mij vanavond Tara uit te voeren. Zo ontkwam Grania aan een gearrangeerd huwelijk met Finn Mac Cumhal, nu een oud en verzwakt krijger, want Dermot mocht zijn geiss niet schenden.

Vb. p. 88: Dermot stond onder geiss om niet op zwijnen te jagen.
Geiss kent dus drie grote types; deze gebaseerd op eem totemdier (de personele), de territoriale en de conventionele.

 zie ook:
  • ROLLESTON, T.W., Keltische Mythen en Legenden
  • MATTHEWS, Caitlin, De Mysterieuze Wereld der Kelten, Atrium
    Dit boek noemt het begrip geas, geasa

woensdag 31 oktober 2012

De Keltische Erfenis


VALGAERTS, Eddy; MACHIELS Luk
De Keltische Erfenis
riten en symbolen in het volksgeloof
Stichting Mens en Cultuur, Gent, 1992
[ISBN 9072931351 (Worldcat, Wikipedia)]
Samenvatting - Notities
Water en de Bron: het volkse geloof in de terapeutische krachten van sacrale bronnen.
Bron of Fontein: de onderaardse waterader die kontakt legt met de buitenlucht en het zonnevuur.
Wodan (Germ.) en Lugh (Kelt.) -> St. Sebastiaan, St. Maarten, St. Niklaas, St. Rochus
Donar -> St. Donatius / Freyr -> St. Antonius Abt (zwijnen)
Godinnen-dogma's
Moeder Gods bvb. Isis-Horus, Frigga-Balder -> Sedes Sapientia: Zetel der Wijsheid
Maagd (Anath, Ishtar, Hera, Diana ...)
Onbevlekt De onbevlekte (Anahita, Anath, Isis)
Hemelkoningin (bvb. Egyptische Nuit)
drievoudige godinnen
Hierogamie: van Water en Vuur -> wijwater en gewijde kaars
Toutatis (Kelt.) -> St. Elooi (hamer en ketel) Lugh heerste als witte god, samen met de witte moeder over het heldere deel van het jaar. Toutatis vertoefde als zwarte partner aan de zijde van de zwarte moeder tijdens het donkere deel van het jaar.
Bath (Eng.) badplaats: Waters van Sul-Minerva (godin), afgebeeld met Keltische vuurgod Belenos.
Spirituele toewijding van maagden als sponsa Christi door de aanneming van een sluier, een ring en een torque of kroon.
Onze eigen inheemse cultusplekjes waar moeders en maagden worden vereerd in de kontekst van water en bronnen
Vb. De Zwarte Madonna "Oorzaak onzer Blijdschap" in Tongeren. Aardmoederlijk kenmerk: de Zwaan in het wapenschild der stad

Vb. De ''Drie Heilige Gezusters St. Bertilia, St. Genoveva en St. Eutropia in Brustem, Zepperen en Rijkel -> Germaanse Nornen - Romeinse Parcen - Griekse Moiren

Vb. St. Evermarus te Rutten-Tongeren. Motieven in het mysteriespel: paard, hert, klopjacht, zwijn, wildeman. Hert -> Cernunnos; zwijn -> Freyr / Freya
Zwarte Madonna's: Sedes Sapientia - geschilderd in vier hierogamische kleuren: Samhain: groen/blauw / Imbolc: zwart / Beltain: rood / Lughnasa: wit; zwarte handen en gelaat, witte hoofddoek, rood kleed, groene mantel.
Isis: Wederopstanding: ankh, ster, lelie, levenswiel Hathor: voorspelt de toekomst van de kinderen, is bewaakster van het dodenrijk Anuth (Nuit): beschermster van doden, kinderen en huwelijken. Grieks: Demeter, Persephone, Hecate
 
Kelto-Germaanse Zwarte Godinnen; de Zwarte Godinnen als projecties van de alles omvattende moedergodin treden inheems naar voren in de volgende naamvarianten:
A. Kar, Ker, Kor, Kur, Ger, Cer...: De Drie Gratien
B. Holle, Hella, Hul, Hoel, Hel...: Vrouw Holle
C. Kal, Kel, Kol, Kil, Sil, Sul...: De Cailleach
 
Bvb. A.: Ker / Kar dat symbool staat voor duisternis, winter, de levensbewarende godin. De Meikoningin; cfr, Car na Val
Ste. Gertrudis (17/3) -> Germ. Gerda, dochter van de vorstreus Gymir
Kelt. Cairenn Casdubh en Caer Ibormeith
Toponiemen: KURingen, KERniel, KERkom, KEERbergen, KORtenaken, KERmt, Chartres: KAR-TRES = de drie Kerren, KORtrijk, KORtessem

Bvb. B.: Sprookje van Grimm over Vrouw Holle: blanke=gouden, zwarte=pek: de licht-duisternis potentie van de moedergodin. Witbeek-Zwarte Beek in Koersel, Averbode. Witte Water - Zwarte Water in Halen, Lummen. Demer = Tamara (Kelt.) = Zwart Water.
TRIER: Noordelijke poort: Porta Nigra - Zuidelijke Poort: Porta Alba
cfr. ook Brussel, eerste stadsomwalling in het Noorden: de Zwarte Poort
Toponiemen Niel / Nil (niel=zwart): Niel-bij-As, Niel-bij-Boom
Toponiemen Hel / Hol: Halle bij Brussel, Halen bij Diest, Huldenberg, Elen aan de Maas, Elsenborn, Helbeek in Hasselt - Helstraten lopen in Vlaanderen meestal in noordelijke richting

Bvb. C.: de Cailleach d.w.z. het Oude Wijf - cfr. Hindoegodin Shakti of Kali
Kol -> toverheks. Voor de Kelten regeerde de Cailleach tijdens de Samhainperiode , gedurende de winter tot Imbolc. Vanf 1 feb. Ste. Brigitta, daagde de lentegodin de "heks" uit en begon het gevecht van de lente. In de Schotse folklore gelooft men dat op Bride's feest de slang weer uit de grond komt. De slang moet uiteraard worden gezien als een levens- en onsterfelijkheidsteken. Het Ouroborus-symbool. Men herkende de slang in de kronkelende rivieren, in de ondergrondse wateraders... Van slangen geloofde men dat ze in heuvels en bij bronnen leefden. Men zag ze als projecties van de verborgen (onderaardse) levenskrachten. (Bron + Slang)
Een Draak is een gevleugelde slang. De Zwarte Godin (Ker, Hella, Cailleach) en de zwarte slang (Melusine) werden gezien als regenerende krachten. Ste. Ursula (21/10)
Typevoorbeeld: De Zwarte Madonna, thans genaamd de "Virga Jesse" van Hasselt St. Quintinusparochie -> feestdag 31/10 = Samhain - Sacrale bronput in de meest zuidelijke sakristie. Kelt. Hassaluth = Hassal Luth = Hazelaarsboom.
Stadswapen Hasselt: Hert en twee Zwanen - Cernunnos en de Zwanegodinnen.

De Sakrale Dimensie van de Ruimte
Heilige bronnen, grotten, stenen en bomen. In de bron eerde men de vier verenigde natuurelementen (zie supra); Bomen, Stenen en grotten vormden in die cultus versterkende symbolen.
1. De Boom: Om het kontakt te leggen met de levensgeest van de gewijde boom, onstond het gebruik om spijkers in bepaalde bomen (veelal linden) te kloppen.
2. De Steen: Duidelijk geetaleerd in onze monumenten en op onze kerkhoven, waar bovendien het boommotief niet weg te cijferen is. De meest vereerde stenen waren de doorboorde stenen (symbool van de vulva of de zienster), vaak vergezeld van fallusachtige monolieten. In de Keltische periode werden stenen gebruikt voor het afbakenen van temenosgebieden. De centrale vijfde steen noemde men in het Grieks "omphalos", d.w.z. de navel van de aarde. De temenos symboliseerde het aardse niveau met zijn vier natuurelementen, de omphalos stond voor de goddelijke, heilige berg Meru of de wereldas (axi mundi) -> Deze komt in de Westerse mythologien veelal overeen met de Levensboom die vanuit de Helheim oprees en doorheen Midgard (Aarde) naar de Asgaard (hemel) opsteeg. De beroemdste stenen zijn de zwarte stenen, veelal uit de hemel gevallen meteorieten. Bvb. de Kaaba te Mekka
3. De Bron: als openbaring van de verenigde natuurelementen.
4. De Krocht - Grotten en Spelonken - De Grotten van Altamira en Lascaux. Ook de crypten onder onze romaanse kerken. Beschermplaats en sacrale ruimte. Baarmoeder-Crypte symboliek. Voor het baren en sterven trok de oermens zich terug in veilige, stille ruimten, die daardoor een sakraal karakter kregen. Onderaardse holen als begraafplaats en oord van dood en verrijzenis vindt men vooral in Ierland, Wales, Schotland en Bretagne (Cairns). De ingang is zo georienteerd dat de midwinterzon kan binnendringen tot in de centrale kamer. ... Dolmen en hunnebedden.
Vb. Apolloheiligdommen - Delphi -> Delphos d.w.z. schoot. Claros in Turkije. De "Puits-des-Saints-Forts" crypte in de kathedraal van Chartres. Dom te Keulen.
De idee van de krocht als baarmoeder, als pleisterplaats van de scheppende oerkracht, de Borbet, de Beet...vindt men ook op plaatsen die geassocieerd werden met een muil of spleet.
Hindoeistisch Cultusobject 14de Eeuw: In de baarmoeder, gevuld met water, kronkelt de levensslang rond de omphalos. Deze hierogamische vereniging word door de Indiers als ultiem levenssymbool vereerd door er heilig water, melk en honing over te gieten.

De Sakrale Dimensie van de Tijd
1. Overgangsriten, Heilige Maaltijden en Heilige Ketels
-> zeer frekwente eet- en drinksakrificies of offerandes; met het eten en de drank eerde men de opperwezens. Ketelsymboliek: St. Niklaas, Toutatis, Dagda, Thor. Rosmerta wordt altijd afgebeeld met ketel of hoorn des overvloeds.
2. De Etmaalcyclus
-> De Kelten rekenden in nachten. Voor hen begon het etmaal bij valavond en ging de nacht aan de dag vooraf. Het Keltische etmaal werd met de zon mee verdeeld in 2 delen (nacht & dag). Elk deel besloeg 4 perioden van 3 uren.
3. De Jaarliturgie
Vanuit de vier kardinale zonnestanden bepaalden de Kelten hun vier hoogfeesten (Samhain, Imbolc, Beltaine, Lughnasad) door middel van het getal 40. Immers Samhain (1/11) situeert zich 40 dagen na de herfstequinox, Imbolc 40 dagen na de wintersolstice enz... Elk hoogfeest besloeg een periode van elf dagen, waarna een tijd van weer 40 dagen leidde naar de volgende kardinale zonnestand. Elk jaarkwartier besloeg dus 11 dagen + 40 dagen + 40 dagen = 91 dagen. Met de vier kwartieren: 91 x 4 = 364 dagen was het jaar rond. (+ schrikkeldag met Kerst)

 zie ook:

vrijdag 19 oktober 2012

Cesars aanpak

MILAN, Cesar; PELTIER, Melissa Jo
Cesars aanpak
om weer baas over je hond te worden
The House of Books, Vianen / Antwerpen, 2011; vijfde druk, 2012
[ISBN 9044331205 (Worldcat, Wikipedia)]

Originele Titel:
  Cesar's Way
Random House; Harmony Books, New York, 2006

Websites:
zie ook:

Cesar, de leider van het roedel

MILAN, Cesar; PELTIER, Melissa Jo
Cesar, de leider van het roedel
The House of Books, Vianen / Antwerpen, 2011
[ISBN 9044331558 (Worldcat, Wikipedia)]

 Originele Titel:
Be the pack leader: use Cesar's Way to transform your dog... and your life
Random House; Harmony Books, New York, 2007

 Websites:
zie ook:

donderdag 18 oktober 2012

The Well-Read Cat

SACQUIN, Michèle
The Well-Read Cat
Officina Libraria, Milan;
Bibliothèque National de France, Paris, 2010
[ISBN 8889854561 (Worldcat, Wikipedia)]

 Originele titel:
Des chats passent parmis les livres

De auteur, die werkzaam is als bibliothecaresse in de Bibliothèque Nationale de France te Parijs, leidt de lezer doorheen honderden boeken en manuscripten waarin de liefelijke katachtige is vertegenwoordigd. Dit gaat van middeleeuwse manuscripten tot Japanese afdrukken en van Steinlen's schitterende tekeningen tot 17de eeuwse afdrukken, allen afkomstig uit de collectie van de Bibliothèque Nationale de France.

 De kat is reeds het hoofdkarakter geweest in vele verhalen, maar komt ook voor in de meest diverse boeken gaande van natuurhistorische werken tot huishoudelijke handleidingen, van middeleeuwse gebedenboeken tot manuscripten van beroemde schrijvers.

 Een wonderlijke selectie voor iedereen die van katten en boeken houdt.

 Inhoud:
  • Preface by Pierre Rosenberg
  • Chapter I, A History of the Cat
  • Chapter II, Tales of Cats
  • Chapter III, What a Lovely Cat!
  • Chapter IV, Cats and the Feminine
  • Chapter V, The Cat as a Muse
zie ook:
Oude hoofding van website "De Belezen Kater", hier in de Duitse versie: "Dieser Gelehrte Kater". Natuurlijk verliezen deze letterlijke vertalingen veel van de ambiguiteit van de oorspronkelijke nederlandstalige titel "De Belezen Kater".

zaterdag 16 juni 2012

Oorlog en Liefde

BEURIOT, Jean-Michel; RICHELLE, Philippe
Oorlog en Liefde
 
Originele titel:
Amours Fragiles

 In de stripreeks Oorlog en Liefde zien we enkele adolescenten opgroeien tegen de achtergrond van het opkomende Nazisme en de Tweede Wereldoorlog. Hoofdfiguur is Martin, wiens vader omgaat voor het opkomende Nazisme. Martin is het daar niet mee eens, maar houdt wijselijk zijn mond.

 Oorlog en liefde laat zien hoe mensen verstrikt raken in de grote gebeurtenissen van hun tijd: de opkomst van het nazisme en de Tweede Wereldoorlog. Noodgedwongen maken ze keuzes die fatale gevolgen kunnen hebben, niet alleen voor henzelf maar ook voor anderen.

 De reeks schetst zeer goed de paranoide sfeer die er ten tijde van het Nazisme heerste. Hoe sommigen door de omwenteling in de openbare opinie in de verdrukking komen en anderen daar net hun opportuniteiten in weten te vinden. Hoe overleven een kwestie wordt van klikken of verklikt worden.

Tekeningen: Jean-Michel Beuriot
Scenario: Philippe Richelle


zie ook:

donderdag 7 juni 2012

Hitlers Gewillige Beulen

GOLDHAGEN, Daniel Jonah
Hitlers Gewillige Beulen
Uitgeverij Van Reemst, Houten; Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 1996
[ISBN 9041090142 (Worldcat, Wikipedia)]

Oorspronkelijke titel:
Hitler`s Willing Executioners - Ordinary Germans and the Holocaust

In Hitlers gewillige beulen keert Daniel Jonah Goldhagen terug naar de vraag die de geschiedenis inmiddels als afgehandeld beschouwt en zijn wetenschappelijk onderzoek brengt hem tot de onontkoombare conclusie dat geen van de gevestigde antwoorden standhoudt. De vraag luidt: ‘Hoe kon de holocaust gebeuren?’ Het antwoord van Goldhagen is een nieuwe bestudering van degenen die de holocaust ten uitvoer brachten en van de Duitse maatschappij en haar diepgewortelde antisemitisme - en dat vraagt een fundamentele herziening van ons denken over de jaren 1933-1945.

Het materiaal waar Goldhagen zich voornamelijk op baseert werd door wetenschappers niet eerder onderzocht, dan wel veronachtzaamd. Het bevat nieuw, verontrustend en zeer belangrijk bewijsmateriaal - waaronder uitgebreide getuigenissen van de eigenlijke daders zelf - dat aantoont dat er allerhande misvattingen bestaan over de moordenaars: het waren niet voornamelijk SS’ers of leden van de nazi-partij, maar doodgewone Duitsers uit alle lagen van de bevolking, mannen en vrouwen die uit eigen vrije wil en uit overtuiging de joden mishandelden en vermoordden.

Bovendien werden zij niet tot hun daden gedwongen …; zij volgden niet slaafs bevelen op …; er werd nooit een geweldige sociale, psychologische of groepsdruk op hen uitgeoefend om zich aan het gedrag van hun strijdmakkers aan te passen …; en zij kunnen op geen enkele wijze verbonden worden met Hannah Arendts niet onomstreden begrip van de ‘banaliteit van het kwaad’.

Zij kwamen tot hun daden vanuit een alomtegenwoordig, diepgevoeld, geaccepteerd en krachtig antisemitisme, wat hen ertoe bracht te denken dat de joden een duivelse vijand waren en dat hun uitroeiing niet alleen nodig was, maar ook gerechtvaardigd. Keer op keer bieden de woorden van de daders zelf ons een schokkende en zeer directe blik op hun wereld: hoe zij hun dagelijks leven inrichtten, hoe ze deden wat ze deden, hun reacties daarop, zelfs hoe zij op het terrein hun vrije tijd doorbrachten met sport en amusement. Met name door hun liefhebberij om kiekjes te maken van hun daden en hun slachtoffers, en die met elkaar uit te wisselen, hebben zij een enorme hoeveelheid materiaal geleverd waarmee zij zichzelf direct beschuldigen en dat in dit boek rijkelijk aan bod komt.

Het feitelijk bewijsmateriaal van Goldhagen is de basis van een nieuwe analyse van het Duitse antisemitisme, die talloze conventionele denkbeelden op de helling zet. Goldhagen toont aan dat de Duitse maatschappij lang voor Hitler aan de macht kwam, doordrongen was van een diepgeworteld en alomtegenwoordig antisemitisme, en dat er een wijdverbreid beeld bestond dat de joden op de een of andere wijze geëlimineerd dienden te worden uit de Duitse maatschappij.

Toen Hitler uiteindelijk koos voor de massale uitroeiing als ‘uiteindelijke oplossing’, kon hij derhalve een beroep doen op een enorm aantal Duitsers die bereid waren deze taak op zich te nemen.

Uit naam van al de mijnen

GRAY,Martin
Verteld aan Max GALLO
Uit naam van al de mijnen
Uitgeverij A.W. Bruna & zoon, Utrecht / Antwerpen, 1972
[ISBN 9022981223 (Worldcat, Wikipedia)]
Het aangrijpende levensverhaal van Martin Gray begint bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Na de verschrikkingen van het getto in Warschau wordt hij met zijn familie op transport gesteld naar concentratie kamp Treblinka. Martin is de enige van zijn familie die het overleeft.

Na de oorlog vertrekt hij naar Amerika, waar hij zich opwerkt tot een succesvol zakenman. Hij blijft zich echter eenzaam voelen, tot hij een vrouw ontmoet met wie hij een nieuw geluk opbouwt in de Provence. Maar weer slaat het noodlot toe als bij een bosbrand zijn hele gezin omkomt.

Het boek werd in 1983 door Robert Enrico onder de originele Franse titel Au nom de tous les miens verfilmd en in de VS verspreid onder de titel For those I loved.
[ISBN 902295353X (Worldcat, Wikipedia)]

woensdag 30 mei 2012

Jezus de Levende Mens

MUGGERIDGE, Malcolm
Jezus de Levende Mens
Uitgeverij Ambo, Baarn, 1976
[ISBN 9026303521 (Worldcat, Wikipedia)]
Visie op het leven van Christus volgens de Evangelieen, vergeleken met de hedendaagse samenleving.

 In dit fel geschreven boek worden het leven en de woorden van Jezus weergegeven als toetssteen voor onze tijd. God en mens komen samen met Jezus, die de ware gedaante laat zien van alles en iedereen. Muggeridge heeft het op zich genomen ons deze Jezus weer voor ogen te voeren. Zijn bezielende boek is geïllustreerd met 16 afbeeldingen in 4 kleuren en een 50-tal in zwart-wit. Het zijn niet alleen reprodukties van beroemde meesters als El Greco, Brueghel en Van Gogh, maar ook van onbekende vroegchristelijke mozaïeken, ikonen en middeleeuwse glas-in-lood ramen.