
VALGAERTS, Eddy; MACHIELS Luk
De Keltische Erfenis
riten en symbolen in het volksgeloof
Stichting Mens en Cultuur, Gent, 1992
[
ISBN 9072931351 (
Worldcat,
Wikipedia)]
- Samenvatting - Notities
Water en de Bron: het volkse geloof in de terapeutische krachten van sacrale bronnen.
Bron of
Fontein: de onderaardse waterader die kontakt legt met de buitenlucht en het zonnevuur.
Wodan (Germ.) en
Lugh (Kelt.) -> St. Sebastiaan, St. Maarten, St. Niklaas, St. Rochus
Donar -> St. Donatius /
Freyr -> St. Antonius Abt (zwijnen)
Godinnen-dogma's
- Moeder Gods bvb. Isis-Horus, Frigga-Balder -> Sedes Sapientia: Zetel der Wijsheid
- Maagd (Anath, Ishtar, Hera, Diana ...)
- Onbevlekt De onbevlekte (Anahita, Anath, Isis)
- Hemelkoningin (bvb. Egyptische Nuit)
- drievoudige godinnen
Hierogamie: van Water en Vuur -> wijwater en gewijde kaars
Toutatis (Kelt.) -> St. Elooi (hamer en ketel)
Lugh heerste als witte god, samen met de witte moeder over het heldere deel van het jaar.
Toutatis vertoefde als zwarte partner aan de zijde van de zwarte moeder tijdens het donkere deel van het jaar.
Bath (Eng.) badplaats: Waters van Sul-Minerva (godin), afgebeeld met Keltische vuurgod
Belenos.
Spirituele toewijding van maagden als sponsa Christi door de aanneming van een sluier, een ring en een torque of kroon.
Onze eigen inheemse
cultusplekjes waar moeders en maagden worden vereerd in de kontekst van
water en bronnen
- Vb. De Zwarte Madonna "Oorzaak onzer Blijdschap" in Tongeren. Aardmoederlijk kenmerk: de Zwaan in het wapenschild der stad
- Vb. De ''Drie Heilige Gezusters St. Bertilia, St.
Genoveva en St. Eutropia in Brustem, Zepperen en Rijkel -> Germaanse
Nornen - Romeinse Parcen - Griekse Moiren
- Vb. St. Evermarus te Rutten-Tongeren. Motieven in het mysteriespel: paard, hert, klopjacht, zwijn, wildeman. Hert -> Cernunnos; zwijn -> Freyr / Freya
Zwarte Madonna's: Sedes Sapientia - geschilderd in vier hierogamische kleuren:
Samhain: groen/blauw /
Imbolc: zwart /
Beltain: rood /
Lughnasa: wit; zwarte handen en gelaat, witte hoofddoek, rood kleed, groene mantel.
Isis: Wederopstanding: ankh, ster, lelie, levenswiel
Hathor: voorspelt de toekomst van de kinderen, is bewaakster van het dodenrijk
Anuth (Nuit): beschermster van doden, kinderen en huwelijken. Grieks:
Demeter, Persephone, Hecate
Kelto-Germaanse Zwarte Godinnen; de Zwarte Godinnen als projecties van
de alles omvattende moedergodin treden inheems naar voren in de volgende
naamvarianten:
A. Kar, Ker, Kor, Kur, Ger, Cer...:
De Drie Gratien
B. Holle, Hella, Hul, Hoel, Hel...:
Vrouw Holle
C. Kal, Kel, Kol, Kil, Sil, Sul...:
De Cailleach
Bvb. A.:
Ker / Kar dat symbool staat voor duisternis, winter, de levensbewarende godin. De Meikoningin; cfr, Car na Val
Ste. Gertrudis (17/3) -> Germ. Gerda, dochter van de vorstreus Gymir
Kelt. Cairenn Casdubh en Caer Ibormeith
Toponiemen: KURingen, KERniel, KERkom, KEERbergen, KORtenaken, KERmt, Chartres: KAR-TRES = de drie Kerren, KORtrijk, KORtessem
Bvb. B.: Sprookje van Grimm over
Vrouw Holle: blanke=gouden,
zwarte=pek: de licht-duisternis potentie van de moedergodin.
Witbeek-Zwarte Beek in Koersel, Averbode. Witte Water - Zwarte Water in
Halen, Lummen. Demer = Tamara (Kelt.) = Zwart Water.
TRIER: Noordelijke poort: Porta Nigra - Zuidelijke Poort: Porta Alba
cfr. ook Brussel, eerste stadsomwalling in het Noorden: de Zwarte Poort
Toponiemen Niel / Nil (niel=zwart): Niel-bij-As, Niel-bij-Boom
Toponiemen Hel / Hol: Halle bij Brussel, Halen bij Diest, Huldenberg,
Elen aan de Maas, Elsenborn, Helbeek in Hasselt - Helstraten lopen in
Vlaanderen meestal in noordelijke richting
Bvb. C.:
de Cailleach d.w.z. het Oude Wijf - cfr. Hindoegodin Shakti of Kali
Kol -> toverheks. Voor de Kelten regeerde de Cailleach tijdens de
Samhainperiode , gedurende de winter tot Imbolc. Vanf 1 feb. Ste.
Brigitta, daagde de lentegodin de "heks" uit en begon het gevecht van de
lente. In de Schotse folklore gelooft men dat op Bride's feest de slang
weer uit de grond komt. De slang moet uiteraard worden gezien als een
levens- en onsterfelijkheidsteken. Het
Ouroborus-symbool. Men
herkende de slang in de kronkelende rivieren, in de ondergrondse
wateraders... Van slangen geloofde men dat ze in heuvels en bij bronnen
leefden. Men zag ze als projecties van de verborgen (onderaardse)
levenskrachten. (Bron + Slang)
Een Draak is een gevleugelde slang. De Zwarte Godin (Ker, Hella,
Cailleach) en de zwarte slang (Melusine) werden gezien als regenerende
krachten. Ste. Ursula (21/10)
Typevoorbeeld: De Zwarte Madonna, thans genaamd de "Virga Jesse" van
Hasselt St. Quintinusparochie -> feestdag 31/10 = Samhain - Sacrale
bronput in de meest zuidelijke sakristie. Kelt. Hassaluth = Hassal Luth =
Hazelaarsboom.
Stadswapen Hasselt: Hert en twee Zwanen - Cernunnos en de Zwanegodinnen.
De Sakrale Dimensie van de Ruimte
Heilige bronnen, grotten, stenen en bomen. In de bron eerde men de vier
verenigde natuurelementen (zie supra); Bomen, Stenen en grotten vormden
in die cultus versterkende symbolen.
1. De Boom: Om het kontakt te leggen met de levensgeest van de
gewijde boom, onstond het gebruik om spijkers in bepaalde bomen (veelal
linden) te kloppen.
2. De Steen: Duidelijk geetaleerd in onze monumenten en op onze
kerkhoven, waar bovendien het boommotief niet weg te cijferen is. De
meest vereerde stenen waren de doorboorde stenen (symbool van de vulva
of de zienster), vaak vergezeld van fallusachtige monolieten. In de
Keltische periode werden stenen gebruikt voor het afbakenen van
temenosgebieden. De centrale vijfde steen noemde men in het Grieks
"omphalos", d.w.z. de navel van de aarde. De temenos symboliseerde het
aardse niveau met zijn vier natuurelementen, de omphalos stond voor de
goddelijke, heilige berg Meru of de wereldas (axi mundi) -> Deze komt
in de Westerse mythologien veelal overeen met de Levensboom die vanuit
de Helheim oprees en doorheen Midgard (Aarde) naar de Asgaard (hemel)
opsteeg. De beroemdste stenen zijn de zwarte stenen, veelal uit de hemel
gevallen meteorieten. Bvb. de Kaaba te Mekka
3. De Bron: als openbaring van de verenigde natuurelementen.
4. De Krocht - Grotten en Spelonken - De Grotten van Altamira
en Lascaux. Ook de crypten onder onze romaanse kerken. Beschermplaats en
sacrale ruimte. Baarmoeder-Crypte symboliek. Voor het baren en sterven
trok de oermens zich terug in veilige, stille ruimten, die daardoor een
sakraal karakter kregen. Onderaardse holen als begraafplaats en oord van
dood en verrijzenis vindt men vooral in Ierland, Wales, Schotland en
Bretagne (Cairns). De ingang is zo georienteerd dat de midwinterzon kan
binnendringen tot in de centrale kamer. ... Dolmen en hunnebedden.
Vb. Apolloheiligdommen - Delphi -> Delphos d.w.z. schoot. Claros in
Turkije. De "Puits-des-Saints-Forts" crypte in de kathedraal van
Chartres. Dom te Keulen.
De idee van de krocht als baarmoeder, als pleisterplaats van de
scheppende oerkracht, de Borbet, de Beet...vindt men ook op plaatsen die
geassocieerd werden met een muil of spleet.
Hindoeistisch Cultusobject 14de Eeuw: In de baarmoeder, gevuld met
water, kronkelt de levensslang rond de omphalos. Deze hierogamische
vereniging word door de Indiers als ultiem levenssymbool vereerd door er
heilig water, melk en honing over te gieten.
De Sakrale Dimensie van de Tijd
1. Overgangsriten, Heilige Maaltijden en Heilige Ketels
-> zeer frekwente eet- en drinksakrificies of offerandes; met het
eten en de drank eerde men de opperwezens. Ketelsymboliek: St. Niklaas,
Toutatis, Dagda, Thor. Rosmerta wordt altijd afgebeeld met ketel of
hoorn des overvloeds.
2. De Etmaalcyclus
-> De Kelten rekenden in nachten. Voor hen begon het etmaal bij
valavond en ging de nacht aan de dag vooraf. Het Keltische etmaal werd
met de zon mee verdeeld in 2 delen (nacht & dag). Elk deel besloeg 4
perioden van 3 uren.
3. De Jaarliturgie
Vanuit de vier kardinale zonnestanden bepaalden de Kelten hun vier
hoogfeesten
(Samhain, Imbolc, Beltaine, Lughnasad) door middel van het getal 40.
Immers Samhain (1/11) situeert zich 40 dagen na de herfstequinox, Imbolc
40 dagen na de wintersolstice enz... Elk hoogfeest besloeg een periode
van elf dagen, waarna een tijd van weer 40 dagen leidde naar de volgende
kardinale zonnestand. Elk jaarkwartier besloeg dus 11 dagen + 40 dagen +
40 dagen = 91 dagen. Met de vier kwartieren: 91 x 4 = 364 dagen was het
jaar rond. (+ schrikkeldag met Kerst)
zie ook: