Encyclopedie   Over   Pantheon   RSS Feed   Thesaurus    Tijdschriften    Wijzigingen   Zoekmachine   
Posts tonen met het label Middeleeuwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Middeleeuwen. Alle posts tonen

zondag 6 januari 2019

Opkomst en ondergang van de Tempelridders

DEMURGER, Alain
Opkomst en ondergang van de Tempelridders
De historische waarheid over de beschermers van het Heilige Graf 1119-1307
Uitgeverij Tirion, Baarn, 1993
[ISBN 9051213670 (Worldcat, Wikipedia)]

Oorspronkelijke titel:
Vie et mort de l'ordre du Temple : 1118-1314
Editions Seuil, Paris, 1985, 2ème éd., 1991
Nederlandse vertaling: Walter Hünd en Yolande Michon

 Rijke bezittingen werden geheimzinnige orde fataal
door drs. B.H. Wilders in Nederlands dagblad: gereformeerd gezinsblad van 27-04-1993.

Eén van de eerste echt griezelige films die ik ooit zag ging over een bende Tempeliers die rond het middernachtelijk uur uit hun kist stegen om allerlei afgrijselijke wandaden te bedrijven. Dit verhaal sloot aardig aan bij de niet geringe beschuldigingen die in het begin van de 14e eeuw tegen deze ridderorde werden ingebracht en die uiteindelijk zouden leiden tot de totale ondergang van deze schatrijke en machtige orde. Maar ook na deze gebeurtenissen bleven vele legendes circuleren over deze orde, die zich zou hebben voortgezet in de al even mysterieuze Vrijmetselarij of in allerlei anarchistische samenzweringen tijdens en na de Franse revolutie. En ook nu nog zijn er allerlei vreemde sektes en groeperingen tot in de Verenigde Staten toe, van wie wordt beweerd of die zelf beweren dat ze iets te maken hebben met de middeleeuwse Tempeliers. Dit alles toont in ieder geval dat de Tempeliers niet zo maar een willekeurige ridderorde vormden, en dat terwijl ze oorspronkelijk toch geen andere grond van bestaan hadden dan de bescherming van de heilige plaatsen in het op de islamieten veroverde Jeruzalem. In hoeverre moeten we nu enig geloof hechten aan al deze fantastische vertellingen?

 Drinken als een Tempelier: roddel of werkelijkheid?
Alain Demurger, Frans historicus heeft zichzelf de taak gesteld eens en voor altijd deze mysteriën te ontrafelen en wie de ongelooflijk imponerende bibliografie achterin bekijkt moet concluderen dat hij er vele jaren mee bezig geweest moet zijn. Of zijn boek Opkomst en ondergang van de Tempelridders 1119-1307, de historische waarheid over de beschermers van het Heilige Graf inderdaad het laatste woord over deze affaire is zal opnieuw de historie moeten uitwijzen, maar de inspanning van Alain Demurger heeft in ieder geval een indrukwekkend historisch verhaal opgeleverd,waarin geen enkel aspect onbesproken blijft, vanaf de eerste berichten over deze orde tot en met de tragische ondergang.

Heilige taak
De oorsprong van dit hele verwarrende gebeuren moeten we natuurlijk zoeken in het tijdperk van de kruistochten, die mengeling van vroomheid en plunderzucht en avontuur, die tienduizenden ridders met hun schildknapen en meelopend gepeupel in de richting van het heilige land deed gaan. De eerste, eigenlijk de enige succesvolle, kruistocht had geleid tot de verovering van Jeruzalem en nu was het de taak van de christelijke ridders deze verworvenheden voorgoed voor het christendom veilig te stellen, een heilige taak die niet zo maar door een ieder vervuld kon worden.
Dat was de reden dat twee eerbiedwaardige heren, zoals de bronnen ze noemen, Hugo van Payns en Godfries van St Omaars besloten een orde op te richten van ridders die zouden gaan leven volgens de regels van geestelijken door kuisheid en gehoorzaamheid te betrachten en door afstand te doen van elk bezit. Het nieuwe koninkrijk Jeruzalem stond van harte achter dit initiatief en het sloot ook volstrekt aan bij de zgn. kruistochtideologie van die tijd, het streven alle ketters en ongelovigen met desnoods bloedig geweld van deze aardbodem te verwijderen. Deze rechtvaardige en heilige oorlogen moeten de vrede brengen en de vrede is slechts duurzaam dankzij de heilige oorlog. Hoe vaak zal deze gedachte niet nadien nog in de geschiedenis opduiken. Voerde niet de president van de Verenigde Staten oorlog om een einde te maken aan alle oorlogen?

 Soldatenmonniken
Al snel vond dit initiatief steun van vele ridders in het Heilige Land, en kwamen de eerste giften binnen. Hugo van Payns begaf zich huiswaarts met de bedoeling ook daar bekendheid te geven aan de orde, de regels die in onderling overleg waren opgesteld door de officiële kerk te laten bevestigen en nieuwe leden voor zijn orde en in het algemeen voor de kruistocht idee te winnen. Zo ontstonden de Tempelieren, de soldatenmonniken. Men kon voor een beperkte tijd dienst nemen (fratres ad terminum) maar dan werd men niet als echte leden van de orde beschouwd.

Bernard van Clairvaux
De orde werd door de geestelijkheid niet direkt met vreugde ontvangen: de combinatie van zwaard en geestelijke werd bekritiseerd: Wij hebben toch niet te strijden tegen bloed en vrees, maar tegen de boze geesten in de hemelse gewesten! Maar de beroemde Bernard van Clairvaux verdedigde het initiatief en zo werd de orde van de Tempelridders wettig, zij moesten de heilige plaatsen bewaken (Bethlehem, Nazareth, de Olijfberg, de Jordaan, Golgotha en het Heilige Graf) en Bernard van Clairvaux besluit zijn verdediging van de Tempeliers met: Jullie zullen dit hemelse onderpand trouw en veilig kunnen bewaken op voorwaarde dat jullie niet op jullie bekwaamheid en kracht rekenen maar op Gods hulp. Het hoofdkwartier van de orde (en daaraan dankten zij ook hun naam) was de Salomontempel in Jeruzalem. Al spoedig waren zij overal in het Heilige Land te zien met hun witte mantels met het kruis erop, gemaakt van ruw laken als symbool van de armoede en wit als symbool van de kuisheid zonder welke niemand God kan zien. Ook hadden de ridders kort geknipt haar en droegen zij een baard. De orde kende een duidelijke hierarchie die zelfs naar voren kwam in het aantal paarden dat men mocht hebben. Alain Demurger legt ons in zijn boek uitvoerig uit hoe regels, organisatie en hiërarchie van de Tempeliers in elkaar zaten en hoe die te vergelijken zijn met de andere ridderorden (bvb. de Johanniters) en de monnikenorden. En hoe er hele netwerken van deze orde ontstonden buiten het Heilige Land: recruteringsplaatsen, bezittingen, ontstaan door schenkingen uit de hele westerse christenheid. Men schat hun aantal midden dertiende eeuw op zon 10.000 landgoederen. Ook in het Oosten was een netwerk van huizen, agrarische bedrijven en dorpen, maar alles bleef onderworpen aan de meester van de Tempelorde in Jeruzalem.

 Islamieten
In het boek natuurlijk tussen de bedrijven door ook veel aandacht voor de regelmatig terugkerende strijd in het kruistochtentijdperk tussen christenen en islamieten Na de eerste schok van het verlies van Jeruzalem (tenslotte ook voor de Islam een heilige stad) heeft de Islam zich duidelijk hersteld en konden de christelijke strijders weinig successen meer behalen. En dit alles liep uit op de ernstigste slag voor de kruistochtideologen: Saladin veroverde Jeruzalem en ook zo'n 230 Tempelridders vielen in zijn handen. In deze tijd schijnt het nog wel eens gebruikelijk te zijn (misschien vanwege de oliecricis...) de nobele Islamiet Saladin te stellen tegenover het brute gedrag van de christelijke ridders, maar Saladin liet zonder pardon de tempelridders en talrijke hospitaalridders executeren door zijn beulen: "Ik wil de aarde reinigen van deze twee onreine orden, wier praktijken vruchteloos zijn, die nooit hun vijandige houding zullen laten varen en als slaven geen enkele dienst kunnen bewijzen".
Daarmee verviel als het ware het doel waarvoor de Tempeliers waren opgericht: het bewaken van de heilige plaatsen. Steeds meer verplaatste hun 'werkterrein' zich naar het Westen waar vele rijken huizen en landerijen aan de Tempeliers afstonden, met de bedoeling daar ziekenhuizen en verzorgingshuizen van te maken, voorwaar een nobel doel maar toch niet datgene waarvoor de Tempeliers waren opgericht.

Vermogens
En zo ontstond geleidelijk aan dat overbekende mechanisme waardoor ook in de loop der eeuwen, helaas tot op heden toe, protestantse kerken en vooral diakonieën de mist zijn ingegaan: het verstandig en deskundig beheren van de vermogens en bezittingen begint zo overheersend te worden dat teveel op de achtergrond raakt dat dit alles weliswaar op zichzelf niet slecht is maar natuurlijk wel een middel om het eigenlijke doel: de verzorging van de armen en nooddruftigen. En als door de moderne verzorgingsstaat deze doelgroep wegvalt kan dezelfde situatie ontstaan als bij de Tempeliers toen het Heilige land verloren ging en het tijdperk van de kruistochten afliep.
Zo werd de orde van de Tempeliers — gesticht om als arme kruisridders de heilige plaatsen te bewaken — in de westerse wereld eigenaar van onroerend goed, grootgrondbezitter en leenheer die belastingen hief en recht sprak over de horigen, tol hief en standgeld van de marktlieden beurde. Zolang dit alles nog tot doel had gebruikt te worden voor het heilige doel werd het nog getolereerd, maar toen dat wegviel nam de irritatie toe, vooral bij de opkomende monarchieën die hun nationale gezag niet wilden laten ringeloren door allerlei in hun ogen ouderwetse ridderorden. En ook onder de kooplieden en burgers groeide de kritiek op deze orden: Men vond ze hoogmoedig, listig, rijk (en waarmee diende deze rijkdom?) en hebzuchtig, weliswaar dapper maar ook verradelijk.
En omdat er natuurlijk onder de Tempeliers ook allerlei geboefte rondliep (welke groep heeft ze niet) werden — volgens het bekende discriminatiemechanisme — juist deze ridders voorgesteld als de Tempeliers. Er vonden zeker verduisteringen en andere financiële missers plaats en veel geld werd niet gebruikt voor de kruistochtgedachte. 'Zo gierig als een Tempelier', werd een gezegde dat betrekking had op het feit dat ze zich bij aalmoezen zeer krenterig gedroegen. En zo waren er nog meer uitdrukkingen: 'Drinken als een tempelier' spreekt voor zich, maar 'Wacht u voor de kus van een Tempelier' vereist enige uitleg: het verhaal deed de ronde dat (zoals zoveel geestelijken, leve het celibaat) in de huizen van de Tempeliers volop sodomie werd bedreven en de Tempeliers de gewoonte hadden elkaar op het achterwerk te zoenen.

 Arrestaties
Al deze beschuldigingen werden gebundeld in de frontale aanval die in het begin van de veertiende eeuw in het Frankrijk van Philips de Schone werd ingezet tegen de meester Jacques van Molay die zichzelf zo hoog had zitten dat hij zich zelfs grof gedroeg tegenover de paus en de machtige koning van Frankrijk. Philips de Schone, die in zijn conflicten met Bonifatius VIII nog de steun van de Tempeliers had ondervonden, gaf zijn beambten opdracht tot massale arrestaties van de Tempelieren en dit verbreidde zich als een vloedgolf over de westerse wereld. Overal waren de beschuldigingen gelijk: verloochening van Christus, spuwen op het kruis, obscene bezigheden tijdens de toelating tot de orde (bedoeld werd de net beschreven 'kus') en sodomie, hebzucht, hoogmoed en verkwisting. Binnen negen maanden was, mede door de steun van de Paus, de hele orde van de Tempeliers 'opgerold'. Al spoedig verliep de hele zaak op een manier die later bekend zou worden van de talrijke afgrijselijke heksenprocessen: door martelingen werden de meeste beschuldigingen bekend en met weer nieuwe wandaden opgevuld. Ook steeds sterker werden de beschuldigingen van ketterijen: verloochening van Christus, die alleen voor zijn eigen zonden was gekruisigd; verering van de zwarte kat (van oudsher de belichaming van Lucifer, de duivel), magie en hekserij, altijd ook verbonden met ongeoorloofd seksueel gedrag. Te midden van deze chaos laaide ook de strijd over de bevoegdheden tussen keizer en paus weer op: de paus wilde dat de veroordeling van de Tempeliers een kerkelijke zaak zou worden. Maar ook deze verdeeldheid tussen hun twee belangrijkste kwelgeesten kon de Tempeliers niet redden of zelfs maar bewaren voor martelingen en executies.

Op de brandstapel
Toch kwamen er in de jaren die volgden op deze eerste aanval nog enige stuiptrekkingen van deze eens zo machtige orde waarbij de Tempeliers zelfs demonstraties in Parijs organiseerden om hun onschuld uit te schreeuwen. Maar de koning begreep dat hij moest doortasten en in mei 1511 rookten overal de brandstapels waarop de Tempelieren verbrand werden: in Parijs, Senlis, Pont-de-l.Arche de Carcassone.
En in 1312 besloot de Paus de Franse koning geheel tegemoet te komen: via de bul vox in excelso kondigde hij het einde van de tempelorde af, die officieel op 6 mei 1312 ophield te bestaan. En in maart 1314 rookt de brandstapel opnieuw, nu voor de laatste meester van de orde, Jacques van Molay.
Nog voordat de beer definitief geschoten was, werd al veel ruzie gemaakt over de verdeling van de huid: nl. de vele bezittingen van de tempelorde.

Motieven
Het ligt voor de hand dat de algemene uitleg in de geschiedenisboeken van de aanval van Philips de Schone op de tempelorde in deze richting wordt gezocht: de schatten van de Tempeliers. We moeten (helaas voor deze koninklijke held) aannemen dat de waarheid daar niet ver van af zit. Andere motieven zouden kunnen zijn: dat de koning toch inderdaad geloof hechtte aan alle verhalen die over de Tempeliers verteld werden en die hij als wereldlijk dienaar van Christus niet kon negeren. Maar Alain Demurger houdt het toch op hebzucht naar de bezittingen van de Tempeliers (al bleek de buit nogal tegen te vallen) en ik ben geneigd hem daarin te volgen. Ook het argument dat de vrome Philips de Schone zich aan het hoofd van een nieuwe kruistocht wilde stellen lijkt niet zo overtuigend want waarom zou hij daarvoor de Tempeliers juist niet kunnen gebruiken? Dat hij, als 'modern' vorst de privileges en uitzonderingsposities van alle ridderorden wilde aanpakken, zoals ook de conflicten met de paus vaak financiële en politieke achtergronden hadden, sluit het materiële motief niet uit, integendeel. Waarschijnlijk hebben alle ook voor Philips ingewikkelde toestanden in zekere zin andere orden (bijv. de Hospitaalorde) van een soortgelijke aanslag gered. De vernieting van de tempelorde betekende in Frankrijk het begin van de totalitaire staatsmacht, inclusief de 'moderne' marteltechniek. De processen tegen de Tempeliers komen op ons over als het beroemde proces van Kafka of de absurde massaprocessen uit de Stalintijd. De onwettigheid van de door martelingen verkregen bekentenissen is evident, maar het succes van deze methode zou honderden regeringen en machthebbers nadien tot imitatie brengen. Het vormt het trieste einde van een machtige orde en van een goed boek waarin de geschiedenis van deze heren uitmuntend is uitgeplozen.

 N.a.v. Alain Demurger, Opkomst en ondergang van de Tempelridders. De historische waarheid over de beschermers van het Heilige Graf. 399 pagina's. Prijs f 49,50. ISBN 90-5121-367-0 (Worldcat, Wikipedia). Uitgeverij Tirion, Baarn 1993

maandag 3 december 2018

Welsh Tribal Law and Custom

The Salic Law

Clovis dicteert de Salische Wet

Engelse vertaling van de Salische Wet - Bron:
HENDERSON, Ernest F.
Select Historical Documents of the Middle Ages
George Bell and Sons, London, 1896. Dit wetboek, in het Latijn Lex Salica, dateert uit het begin van de zesde eeuw, en werd opgetekend door de Merovingische koning Clovis, die tot de stam van de Salische Franken behoorde. In zijn rijk leefden verschillende stammen samen en hij liet een wet optekenen om eenheid te brengen en de orde te kunnen handhaven. De Salische wetteksten gingen vooral over erfeniskwesties, diefstal, moord en geweldplegingen. De straffen waren bijna allemaal geldstraffen. Bij moord en doodslag bestond de straf uit een geldboete en het weergeld, waarmee de vete of bloedwraak van de familie van het slachtoffer werd afgekocht. Openbare aanklagers bestonden niet, enkel benadeelden of – bijvoorbeeld bij moord – hun familie konden een klacht indienen. (Accusatoir stelsel versus Inquisitoir stelsel)

Brontekst (uittreksels) te vinden op:

The Visigothic Code

SCOTT, Samuel P. (Transl.)
The Visigothic code (Forum judicum)
The Boston Book Company, Boston, 1910
e-book online aanwezig op:

woensdag 21 november 2018

Naturalis Historia

PLINIUS, de Oudere
Naturalis Historia
Plinius Maior (= de Oudere) voluit: Gaius Plinius Secundus, (*Como 23/24 n.C. – +Stabiae [thans Castellammare di Stabia] 25 aug. 79 n.C.), Romeins militair, magistraat en schrijver, was officier in Germania (47–57), procurator in o.m. Gallia Narbonensis, Africa en Gallia Belgica, admiraal van de Romeinse vloot te Micene en raadgever van Vespasianus.

 Zijn encyclopedische werk in 37 boeken, Naturalis historia, daterend uit 77, is bewaard gebleven. Het – literair weinig waardevolle – werk behandelt de wiskundig-natuurkundige beschrijving van het heelal, geografie, etnografie, antropologie, dierkunde, plantkunde, geneesmiddelen uit het planten- en dierenrijk en beschrijft in de boeken 33 tot 37 de mineralogie. In deze laatste boeken heeft hij in verband met het gebruikte materiaal ook de kunstgeschiedenis behandeld. Uittreksels van deze geweldige compilatie werden gebruikt door o.a. Solinus (3de eeuw n.C.) en in de Medicina Plinii (4de eeuw n.C.). Vooral in de middeleeuwse wetenschap zijn overal sporen van het gebruik van Plinius’ werk te bemerken. Plinius kwam om toen hij, ook gedreven door wetenschappelijke interesse voor de uitbarsting van de Vesuvius, zich vanuit Misenum naar Stabiae begaf.
Aangehaald uit en bewerkt naar;
Encarta Naslagbibliotheek Winkler Prins © 1993-2002 Microsoft Corporation/Het Spectrum.

 Het bekendste werk van Plinius is de 'Naturalis Historia', waarvan de Nederlandse vertaling luidt; 'Kennis van de Natuur' of ook wel 'De wereld'. Het is een opus vol feiten en humor waarvan de 37 boeken bewaard zijn gebleven en daarmee het enige werk van Plinius de Oudere dat wij nog bezitten. Dit werk bevat vele feitelijke onjuistheden, voornamelijk door overhaast werk van Plinius en het feit dat het met humor geschreven is, maar is toch een van de belangrijkste bronnen voor vele aspecten van de Romeinse cultuur en historie. Plinius de Oudere voorziet zijn werk op meerdere plaatsen van kritiek op door hem gevonden informatie, maar deed zelf geen onderzoek. Plinius de Oudere had geen aanleg voor metafysica, natuurkunde of wiskunde, wat waarschijnlijk de reden is waarom het boek op een vlotte, humoristische manier is geschreven en niet op een theoretische manier zoals gebruikelijk is voor een encyclopedie.

Plinius de Oudere was een moralist. Hij gaf daarom kritiek op overdreven luxe, maar opvallend is dat hij ook kritiek leverde op de respectloze manier waarmee mensen met de aarde omgaan. Het is een klein wonder dat de 'Naturalis Historia' de middeleeuwen heeft overleefd. De reden hiervoor is dat het werk in de late klassieke oudheid en in de Donkere Eeuwen die daarop volgden veel is gebruikt als naslagwerk en door zijn autoriteit op vele gebieden, overleefde het boek het eerste deel van de middeleeuwen zonder al te grote problemen. In de Renaissance werd het boek weer populair, totdat humanisten alle fouten in het boek ontdekten. Ondanks die ontwikkeling is het boek niet verdwenen door de historische waarde die het boek op dat moment al had verkregen.

 De boeken van de Naturalis Historia zijn gerangschikt op onderwerp.
  • Boek I bevat bronnen. 
  • Boek II gaat voornamelijk over kosmologie. 
  • De boeken III tot en met VI gaan over de geografie over de gehele toen bekende wereld. 
  •  Boek VII behandelt antropologie. 
  •  De boeken VIII tot en met XI behandelen onderwerpen van de zoölogie.
  •  De boeken VIII tot en met XI behandelen samen een groot deel van het dierenrijk inclusief landdieren, zeedieren, vogels en insecten. 
  • De boeken XII tot en met XIX gaat het vervolgens over plantkunde en het onderhouden van een boerderij. 
  • De boeken XX tot en met XXXII gaan over medicijnen, magie en water. 
  • De boeken XXXIII tot en met XXXVII gaan over metallurgie en mineralogie.
Een recente nederlandse vertaling verscheen in 2004 bij Athenaeum-Polak & Van Gennep onder de titel: 'De wereld'. Een ruime selectie uit de 37 boeken is daarin opgenomen:
Op het internet zijn drie engelstalige vertalingen van de 'Naturalis Historia' terug te vinden;
Op de website van het [Perseus Digital Library Project] vindt men de Bostock-Riley vertaling uit 1855 integraal aanwezig als vlot navigeerbare webpagina's.
De zes delen van deze vertaling zijn tevens te vinden op het [Internet Archief] als e-books.
Op het [Internet Archief] is tevens de Holland-vertaling uit 1601, zoals uitgegeven in 1847-1848, terug te vinden, deze bevat slechts een bloemlezing van het volledige werk in twee volumes.
Tot slot bevat het [Internet Archief] nog de uitgave in de 'Loeb Classical Library'-reeks, die bestaat uit het latijnse origineel op de verso en de simultane engelse vertaling van Rackham (1938) op de recto zijde van het boek.
Uit de Late Middeleeuwen en de Renaissance zijn talrijke handschriften van de 'Naturalis Historia' bekend en overgeleverd gebleven. Deze zijn vaak verlucht met prachtige, kunstige miniaturen.
Histoire Naturelle Pline - Ancient mid 12th century, Abbaye de Saint-Vincent, Le Mans, France.

Danimarca - XIII_Secolo, Plinio Historia Naturalis

donderdag 10 januari 2013

Bonifatius

ROMAIN, Willy-Paul
Bonifatius
Grondlegger van Europa
Uitgeverij Tirion, Baarn, 1991
[ISBN 9051212682 (Worldcat, Wikipedia)]

Originele titel:
Saint Boniface et la naissance de l'Europe
Editions Laffont, Paris, 1990
Nederlandse vertaling: Rifke Porcelein
Bonifatius is vooral gekend als de Apostel van de Germanen en voor de rol die hij speelde bij de Kerstening van de Germanen, Friesen en Saksen. Volgens de overlevering hakte Bonifatius te Hessen nabij Fritzlar in 723 de heilige [Donareik] om. Toen er geen wraak volgde van de vereerde goden, namen veel van de Germanen het christelijk geloof aan. Het omhakken van de eik wordt door velen beschouwd als het begin van de kerstening onder de Noord- en Middelduitse Germanen.
Op 5 juni 754 stierf Bonifatius de martelaarsdood te Dokkum in Friesland; terwijl hij met een gevolg op bekeringszending was, werd hij het slachtoffer van een bende roofmoordenaars.

donderdag 22 november 2012

De Kerstening van West-Europa

Jezus de Goede Herder, mozaiek ca. 425 in het [Mausoleum] van [Galla Placidia] te [Ravenna]
 
Dit artikel is een korte memo met chronologische kerngegevens rond de evangelisatie of kerstening van West-Europa met nadruk op de lage landen en het zgn. Keltisch Christendom op de Britse eilanden. Veel van deze geschiedenis valt te vertellen aan de hand van de levensbeschrijvingen van christelijke heiligen. Van de genoemde historische sleutelfiguren is het geboorte- en sterfjaar aangegeven en een link aangebracht naar het encyclopedie-artikel over de betreffende persoon op Wikipedia. In een aantal gevallen is ook de belangrijkste biograaf of hagiograaf op die manier vermeld. Volgend artikel op Wikipedia behandelt eveneens het onderwerp van de kerstening van West-Europa en wordt als richtsnoer aangehouden.
De geschiedenis van de vroege kerk met zijn verschillende theologische disputen valt buiten het bestek van dit overzicht. Vermelden we slechts dat Petrus en Paulus het christendom naar Rome brachten en er een kerk stichtten en herinneren we dat onder Keizer Nero de christenen werden beschuldigd en vervolgd voor de grote brand van Rome in het jaar 64 onzes heren. Zeker is dat aan het einde van de eerste eeuw al grotere christelijke gemeenten aanwezig waren in Italië, Egypte, Griekenland, Carthago en Gallië. Nochtans bleven zij het voorwerp van christenvervolgingen en zijn er talijke martelaren als christelijke heiligen gekend uit deze periode.
Aan het einde van de 3e eeuw behoorden het huidige Turkije, Cyprus, Kreta, de Nijldelta en de gebieden rond Carthago (Donatisme) en Cyrene tot de sterkst gekerstende gebieden. Al heel vroeg erkende de Kerk de speciale posities van drie bisschoppen, die bekendstonden als patriarchen: de bisschop van Rome, de bisschop van Alexandrië en de bisschop van Antiochië. In het Romeinse Keizerrijk wisselden periodes van vervolgingen van Christenen zich af met periodes van verdraagzaamheid.

In het jaar 313 Onzes Heren besliste de Romeinse Keizer Constantijn de Grote dat er voortaan godsdienstvrijheid zou heersen in het Romeinse Rijk en de Christenen niet langer vervolgd zouden worden. Daarbij legde hij de grondslag voor de christelijke fase van het Romeinse Rijk dat zich verder zou ontwikkelen tot het Byzantijnse Rijk.(Constantinopel)
In het jaar 380 Onzes Heren kwam er een einde aan deze periode van godsdienstvrijheid en werd het Christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk door het Edict Cunctos populos van Keizer Theodosius I. In 395 deelde Theodosius I het Romeinse Rijk administratief op in een oostelijk deel, bestuurd vanuit Constantinopel, en een westelijk deel, aanvankelijk bestuurd vanuit Rome, nadien Trier (ook Ravenna, als zetel van de Byzantijnse Exarch).
De vroege Kerkvaders en de eerste christelijke zendelingen in onze contreien waren bekeerde Romeinen, die vaak afkomstig waren uit de oude christelijke centra (zie hoger). Zo bvb. Hieronymus, Ambrosius, Aurelius Augustinus, Martinus en Servatius.

De Heilige Brigitta van Kildare

Onafhankelijk van de evangelisatie, die vanuit Rome en het Romeinse establishment tot stand kwam, werden gebieden in Gallie en Britannie reeds eerder gekerstend. Volgens de legenden zou Maria Magdalena gevlucht zijn uit Palestina en ontscheept in Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue, terwijl Jozef van Arimathea na de dood van Jezus naar Glastonbury was geemigreerd en er de impuls gaf tot het ontstaan van het zgn. keltisch Christendom. Waarschijnlijker is er een evangelisatieproces op gang gekomen vanuit Alexandrie en Carthago via oude zeevaartroutes op Marseille en de tinmijnen van Cornwall.
De troebelen in de vroege 5de eeuw die leidden tot de terugtrekking van de troepen aan de Rijn, verplichtten de Romeinse regering eveneens haar garnizoen uit Britannie terug te roepen. Tijdens de 5e eeuw ging het West-Romeinse Rijk uiteindelijk ten onder door onder andere de Grote Volksverhuizing en interne instabiliteit. In West-Europa begonnen de middeleeuwen en kwam na de periode van de volksverhuizingen het Frankische Rijk tot stand.
Het merendeel van de Europese volkeren werd pas gekerstend in de Middeleeuwen. Tegen het einde van de 6e eeuw was heel Europa ten zuiden en ten westen van de Donau en de Rijn gekerstend. In de Lage Landen (zij het ten zuiden van de Rijn) zouden de Franken zich rond 500 massaal gekerstend hebben, naar het voorbeeld van de Frankische vorst Chlodovech (Clovis). Onder invloed van zijn Bourgondische gemalin Clothilde bekeerde de Merovingische vorst Clovis zich tot het Christendom. Clovis besloot om te kiezen voor de Katholieke Kerk in plaats van het Arianisme, zoals de meeste Germaanse stammen hadden gedaan. Hij werd gedoopt door Remigius te Reims op kerstdag van het Jaar onzes Heren 496. Een belangrijke historische bron voor deze periode zijn de geschriften van Gregorius van Tours, die ook biografische schetsen biedt van de levens van andere heiligen zoals Servatius en Martinus.
In West-Europa werd tijdens de 8e en de 9e eeuw het gebied tussen Rijn, Donau en Oder gekerstend met dwang en geweld. In de Lage Landen werden de kerken bevestigd en de kerstening verder gezet onder Frankische bisschoppen, terwijl het deel boven de grote rivieren pas vanaf het midden van de 8e eeuw gekerstend zou worden door Willibrord en Bonifatius. Naast dwang was er echter ook een meer pragmatische aanpak waarbij bepaalde gewoonten of heilige plaatsen verchristelijkt werden; heilige heidense gewoonten werden overgenomen in de kerk.
Onder Paus Gregorius de Grote, de vierde kerkvader; we noemden reeds Hieronymus, Ambrosius en Augustinus, werden missionarissen naar Engeland gezonden om de verloren provincie voor het geloof te winnen; sinds het vertrek van de romeinse legioenen was er ruim een eeuw verstreken en men nam aan dat de Britse eilanden terug in het heidendom vervallen waren. De Romeinse missionarissen ontmoeten echter anderen die op het eiland werkten, namelijk evangelisten van de Keltische Kerk die was blijven bloeien in het westen en noorden van Britannie, afgesneden van de hoofdstroom van het westerse christendom. Deze isolatie van de Keltische kerk betekent dat er bepaalde verschillen bestonden tussen die kerk en de Romeinse Christenen en daaruit vloeiden disputen voort. Deze werden uiteindelijk opgelost ten gunste van Rome in de zgn. synode van Whitby (664).


Zgn. bijenkorfcellen als verblijfplaats voor monnikken op [Great Skellig] eilanden voor de Ierse Kust - Volgens de overlevering gesticht in de zesde eeuw door [St. Fionan]
 
 De Rooms-katholieke zendelingen ontdekten dat het kloosterleven ook op de Britse eilanden onder het Keltische Christendom tot bloei was gekomen. De oudste christelijke kloosters waren ontstaan in Egypte onder impuls van de Heilige Antonius als gemeenschappen van kluizenaars omstreeks het jaar 340 onzes heren. Op de Britse eilanden had Columba van Iona kloosterregels vastgelegd, maar volkomen los en zelfstandig van Benedictus van Nursia, die op het continent zijn Regula Benedicti formuleerde. De Roomse kerk nam van de Kelten een enthousiasme voor missionering over, dat spoedig tot uiting kwam in de bloei die kloosters en abdijen namen, vooral onder de Karolingers. Pas was de kerk in Engeland veilig gevestigd of Engelse missionarissen trokken op hun beurt naar het continent om het evangelie aan de heidense Friezen en Germanen te verkondigen. De grootste, maar niet de eerste van die missionarissen was Bonifacius, de apostel van de Germanen.
 
[Whitby Abbey] - zie ook op Project Gutenberg: [Our Catholic Heritage in English Literature of Pre-Conquest Days] by Emily Hickey

 Terwijl de christelijke gebieden in Engeland en Duitsland zich uitbreidden, krompen ze op andere plaatsen in ten gevolge van de opmars van de Islam. In 711 bereikten islamitische krijgers Spanje. In West-Europa werden de grenzen van de islamitische expansie vastgelegd door de slag bij Poitiers in 732, toen Karel Martel een mohammedaans leger, afkomstig uit Spanje, versloeg.

In 751 zette Karel Martels zoon Pepijn de laatste Merovinger af en riep toen zichzelf tot koning uit. Hij was de eerste vorst van de Karolingers, een dynastie die haar naam ontleende aan Karel Martel. Door de afzetting van de rechtmatige, maar machteloze koning deed Pepijn de traditie groot geweld aan en om zijn usurpatie te verdoezelen beriep hij zich op de hulp van de kerk dat wie effectief de macht draagt het recht heeft de koningstitel te voeren. De kerk steunde de verandering van dynastie door de zalving in te voeren in de ceremonie van de koningskroning. De betekenis van de zalving was ontleend aan het verhaal uit het Oude Testament over de zalving van David: "Dan nam Samuel de hoorn met olie en zalfde hem (David) te midden van zijn broeders; en de geest van de Heer daalde over David neer vanaf die dag."

 In 771 erfde Pepijns zoon Karel het hele Frankische koninkrijk. Hij was een moedig en succesvol strijder en zijn prestaties verschaften hem de titel "de Grote". Hij verlegde de grens met de islamwereld in Spanje ten zuiden van de Pyreneeen tot bij Barcelona. Na vele veldtochten onderwierp hij de Saksen en dwong hen zich tot het christendom te bekeren. Door zijn overwinningen had Karel de Grote zich in feite opgeworpen als heerser over West-Europa en op Kerstdag van het jaar 800 onzes heren liet hij zich door de paus van Rome tot keizer kronen.

 Karel de Grote was zich goed bewust van zijn positie als de door God gezalfde en hij nam zijn verantwoording ernstig op. Niet alleen werden de Saksen onder bedreiging van het zwaard gedwongen het christendom aan te nemen, maar in het hele Frankische gebied werd er zorg gedragen voor de juiste naleving van de godsdienst. Karel de Grote bevorderde tevens het onderwijs zodat, zoals hij zelf aangaf: "degenen die ernaar streven God aangenaam te zijn door goed te leven ook in staat zijn Hem aangenaam te zijn door goed te spreken."

De opgerichte kloosterscholen waren centra van beschaving en cultuur. In de kloosters werd aan Bijbelstudie gedaan en aan studie van de zeven vrije kunsten. De monniken en de kloosters speelden een belangrijke rol bij de instandhouding en de verspreiding van het christelijke geloof. Een van de belangrijkste resultaten van deze zgn. Karolingische renaissance was een hervorming van het schrift. Uit het Romeinse schrift waren in de loop der eeuwen vele, verschillende plaatselijke stijlen gegroeid, waarvan sommige zeer moeilijk te lezen waren. Men ging er zich werkelijk op toeleggen het schrift eenvormig en gemakkelijker leesbaar te maken en het resultaat daarvan was de ontwikkeling van het Karolingische schrift.
In Noord-Europa dringt de kerstening langzaam door vanaf de 8e eeuw. Uit overleveringen blijkt dat van alle Scandinavische volkeren de Zweden het moeilijkst te kerstenen waren: zij werden pas een halve eeuw later gekerstend dan de Denen, die in 948 gekerstend werden. IJsland ging officieel in het jaar 1000 over tot het christendom, maar de heidense verteltraditie bleef nog lang in stand.

 In de negende eeuw begon de kerstening van de slavische volkeren zoals de Bulgaren, Hongaren, Magyaren, Russen en Polen vanuit de Oosterse orthodoxe kerk door de broers Cyrillus en Methodius. Deze gebruikten als eersten de Slavische taal in prediking en onderricht. Bovendien maakten ze een vertaling in het Slavisch van de liturgie, en van de bijbel die in de liturgie werd voorgelezen. Om de klanken adequaat te kunnen weergeven moest zelfs een nieuw tekenschrift ontworpen worden. Wij kennen het nu als het cyrillisch schrift, genoemd naar de uitvinder ervan: de heilige Cyrillus. In 988 ging het Kievse Rijk over tot het christendom. Omstreeks het jaar 1000 was het Slavisch gebied volledig gekerstend.
De Finnen werden gekerstend in de 12e en de 13e eeuw, gelijktijdig met de Oude Pruisen. De Litouwers zijn de laatste Europese bevolkingsgroep die werd gekerstend, namelijk tijdens de 14e eeuw.

 Nog enige verwijderde historische gebeurtenissen ter referentie:
  • De moord in 415 op Hypatia van Alexandrie (355-415)
  • De inval der Hunnen onder Attila de Hun in West-Europa in de 5de eeuw
  • Keizer Justinianus (482-565) en zijn Codex (529)
  • De inval der Noormannen (Vikingen) in West-Europa in de 9de eeuw 

De Heilige Scholastika
 
Samenvattend kunnen we stellen dat de kerstening van West-Europa aanvankelijk verliep langs wereldlijke Bisschoppen-Belijders van opeenvolgend romeinse, gallo-romeinse en frankische patriciers. De omstandigheid dat Theodosianus het christendom tot staatsgodsdienst van het romeinse rijk had uitgeroepen is hier niet vreemd aan; de bisschop was gewoon een publieke machtsfunctie voor het politieke establishment. Men werd bisschop in plaats van prefect of senator.

 Onafhankelijk daarvan was er vanuit de klassieke metropolen Alexandrie en Carthago een evangelisatieproces op gang gekomen via oude zeevaartroutes naar Marseille en de tinmijnen van Cornwall, hetgeen leidde tot een zgn. Keltisch Christendom, dat vooral op de Britse eilanden tot bloei is kunnen komen door een langdurige afzondering van het Europese continent na de grote volksverhuizingen.

 Er is niet onderzocht welke rol de van oorsprong Oostgermaanse Gothische stammen gespeeld hebben in het evangelisatieproces. Stippen we slechts aan dat de Visigotische bisschop [Wulfila] (311-382) een gothische vertaling van de bijbel uitwerkte rond het jaar 369. Zoals alle Germanen hingen zowel de Visigoten als de Ostrogoten de ariaanse variant van het christendom aan, hetgeen door de rooms-katholieke kerk werd bestreden, zodanig dat de Visigothen zich in 589 tot het katholicisme bekeerden. Zij hebben geruime tijd invloed uitgeoefend in het zuiden van Gallie en in Spanje en Visigotische nobelen stonden in hoog aanzien aan het Karonlingische hof o.a. om hun rol bij de [Reconquista] in Spanje.

 Onder de Franken, maar vooral onder Karolingers, nam het monastieke leven in kloosters en abdijen een hoge vlucht doordat de Frankische nobelen schenkingen deden van landerijen en gebouwen. Het kersteningsproces werd toevertrouwd aan monnikken-missionarissen, die daartoe speciaal werden opgeleid zoals Willibrord en Bonifatius.

 Nadat West-Europa gekerstend was brak het tijdperk van de zgn. Scholastiek aan. Nochtans neem ik aan dat de religieuze en ideologische breuklijnen die hier geschetst werden later tijdens de reformatie geografisch terug te vinden zijn wanneer er naast de rooms-katholieke kerk tevens een protestantse en een anglicaanse kerk tot stand komen.

 Geraadpleegde en aanbevolen werken
Eigentijdse historische bronnen in full text (english) in het
[Internet Medieval Sourcebook] op de [Fordham University]
Sommige van deze bronnen kunnen ook teruggevonden worden op: